Lezen: Jona 3 – Jona in Ninevé
1  Het woord van de HEERE kwam voor de tweede keer tot Jona: 2 Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar de prediking die Ik tot u spreek. 3 Toen stond Jona op en ging naar Ninevé, overeenkomstig het woord van de HEERE

We zijn op de helft van het boek Jona en nog steeds is er geen stap gedaan in de richting van Ninevé. De Heer popelt als het ware om onder de volken Zijn barmhartigheid bekend te maken. En dat gaat niet zonder de zending van Zijn profeet. Wonderlijk dat God Jona niet laat vallen voor een ander, maar juist met Jona verder wil. Jona heeft immers alleen maar voor oponthoud gezorgd.
Een nieuwe start, dat is het derde hoofdstuk van het boek Jona. Jona krijgt een nieuwe kans om zijn gehoorzaamheid aan God te laten zien. Na de ongehoorzame vlucht, de storm op zee en de bijna-doodervaring, kwam de redding van Gods kant. Nu Jona gestraft en gered is, begint de geschiedenis als het ware opnieuw en nu gaat Jona wél. Jona is op een punt aangekomen dat hij niet meer vlucht en bereid is te doen wat God van hem vraagt. De afstand tussen Galilea en Ninevé bedraagt tussen de 800 en 900 kilometer. Nadat vertrek vanuit zijn woonplaats, zal de reis ongeveer een maand in beslag hebben genomen. Eindelijk is Jona in Ninevé. Het was de hoofdstad van het Assyrische rijk. We kunnen dit rijk vergelijken met een schrikbewind. Hun daden zijn te afschuwelijk voor woorden.

Ninevé is een geweldige grote stad. Archeologische vondsten bevestigen dat Ninevé een wereldstad van indrukwekkende afmetingen moet zijn geweest. Daarbij vergeleken moet Jeruzalem een bescheiden provinciestad hebben geleken. ‘Drie dagreizen doorsnee’  dat wil waarschijnlijk zeggen dat je zoveel tijd nodig hebt om de voornaamste plekken van de stad te bezoeken. Als je in een dagreis dertig kilometer kunt lopen, dan gaat het hier om een stad met een omtrek van ongeveer negentig kilometer. Maar wat doet Jona nu?  Jona gaat één dagreis de stad in, Hij predikt het dreigend oordeel en zegt:  ‘Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!’  We lezen nergens dat Jona op meerdere plekken in Ninevé heeft gepredikt. In zo’n enorme grote stad zou dat toch wenselijk zijn. We krijgen een gevoel dat Jona gehoorzaam is, maar op de een op andere manier toch niet van harte. We kunnen gerust zeggen dat God geduldig is geweest om Jona tot een punt van omkeer te brengen. En toen Jona eindelijk op dat punt kwam en een nieuwe start maakte, zegende God zijn inspanningen, hoe halfslachtig deze inspanningen ook waren. We hebben een reusachtige stad en een kleine Jona. Opnieuw heeft een kleine kiezelsteen een grote reus op zijn knieën gekregen.

Ondanks dat Jona niet overal in Ninevé de boodschap van God verkondigt, bereikt het nieuws toch de koning. De koning geeft bevel tot boete en inkeer. Niet alleen de mensen, maar ook de dieren moeten met rouwgewaden bedenkt worden. Geen kruimel brood en geen druppel water is toegestaan. Wie weet zal God Zich bedenken, berouw hebben en Zijn brandende toorn laten varen, zodat de mensen van Ninevé niet omkomen. De koning zelf geeft het voorbeeld, staat op zijn van troon, legde zijn staatsiegewaad af en ging gehuld in boetekleed op de grond zitten. Zijn eigen ik is van de troon.  Het gevolg is dat alles en iedereen in Ninevé tot bekering komt.  De mensen in Ninevé tonen berouw, het gaat niet om uiterlijk vertoon, maar om inzicht en bekering.

Nu toont God berouw en spaart Ninevé.  Opvallend is dat Jona nog steeds geen berouw toont. Natuurlijk heeft Jona wel gebeden in de buik met de vis, maar hij riep vanuit zijn benauwdheid tot de Heer. Maar God is genadig geweest voor Jona, is genadig voor Ninevé, is genadig voor ons. Jona maakt een nieuwe start, de inwoners van Ninevé maken een nieuwe start, en ook wij mogen keer op keer een nieuwe start maken. Keer op keer de oude mens afleggen en de nieuwe mens aantrekken, want God is genadig…