Lezen: Handelingen 1: 1 t/m 11 De Hemelvaart van Jezus
8 Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ 9 Toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze Hem niet meer
zagen.

Nadat God Zijn Zoon Jezus Christus naar voren heeft geschoven als kern van ons geloof, als tussenpersoon in onze relatie met God, gaat Jezus terug naar Zijn Vader. Zijn taak op aarde is volbracht.  Wat volgt is een laatste ontmoeting op aarde met de discipelen, nog een laatste gesprek. Dit gesprek roept vragen op bij de discipelen.  Jezus is opgestaan uit de dood, zij mochten Jeruzalem niet verlaten, en zij werden gedoopt met de Heilige Geest.  Het kan niet anders of dit is een aankondiging voor een nieuwe tijd. Eindelijk dachten ze, eindelijk herstel van het koningschap voor Israel. Geen onderdrukking meer.  Gods gezalfde koning uit het huis van David zal regeren.

De werkelijkheid is anders: Jezus maakt duidelijk dat de discipelen zich hier niet mee moeten bemoeien. Wat gaat het hen aan. God heeft door Zijn macht alle tijden en gebeurtenissen in Zijn hand. Dat is de les die de discipelen,  maar ook alle gelovigen moeten leren.
En dan gebeurt het: Jezus is nog maar amper uitgesproken en Zijn voeten maken zich los van de aarde, tegen alle wetten van de zwaartekracht in. Jezus stijgt hoger en hoger. Een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Gods wolk! De hemel gaat voor Jezus open. Christus wordt opgenomen. De Vader haalt Zijn Zoon naar zich toe. Jezus komt niet met lege handen: Zijn werk is volbracht. Jezus is Koning Priester: Hij regeert, bidt en zegent. De hemel is nu vol van priesterlijke liefde. Er ligt een onvoorstelbare rijkdom in Hemelvaart.
De discipelen staren naar de hemel, de wolken sluiten zich boven hun hoofden.  De hemelse heerlijkheid, waar Jezus binnengaat, kunnen zij niet verdragen, die is te verblindend. God legt Zijn hand, door de wolk, als het ware op hun ogen.  Zij leven nog aan de andere kant van de grens, evenalals wij.

De tijd van het zien, aanraken is voorbij. De discipelen moeten, evenals wij, verder leven uit Zijn Woord en Hem daarin voortaan ontmoeten.  De discipelen zullen op dat moment heimwee hebben gevoeld naar de lichamelijke tegenwoordigheid van Jezus.  Maar toch wordt het vanaf dat moment anders: voor hen gold en voor ons: we moeten niet willen leven bij wat is geweest.  We moeten verder.  Want het wordt Pinksteren.  Als Jezus niet naar de hemel was gevaren, hoe kan Hij anders de Trooster zenden?  De discipelen staan daar als de Kerk van alle tijden en plaatsen in deze wereld.  Hemelvaart is geen stap terug, maar juist een stap vooruit. De hemel is de woonplaats van Jezus, van onze Heer en Heiland. Hij is opgenomen, Hij is dáár waar de dingen worden uitgemaakt, waar alle draden van de wereldgeschiedenis, maar ook van ons eigen leven samenkomen.

En dat is nog niet alles. Er klinkt een belofte: Jezus zal ook weer terugkomen op de wolken. Sinds Hemelvaart gaan we Zijn komst tegemoet.  Opnieuw de aanwezigheid van Jezus op aarde. De wolk van God krijgt een nieuwe betekenis: het wordt een bode van de eindtijd. Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen Hem zien (Open.1: 7).  Een wolk brengt Jezus terug, misschien sneller dan we ooit zelf kunnen denken. Daarom is ons leven hier beneden een pelgrimsreis.  Wij hebben hier geen blijvende stad, we kunnen niet meer opgaan in deze wereld, we zijn onderweg naar de Toekomst. Ondertussen ligt ons aardse leven niet stil.
Onze eigen persoonlijke heilsgeschiedenis gaat door totdat Hij komt.  Ook ná ons leven. En dan  worden Gods kinderen zelf op de wolken gedragen voor een ontmoeting met Jezus in de l