Lezen Johannes 6: 31 t/m 35 
31 Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’32 Maar Jezus zei: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; Hij geeft u het ware brood uit de hemel. 33 Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’34 ‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. 35 ‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.

Een nieuw jaar, een nieuwe serie om mee te beginnen. De komende weken willen wij nadenken over de ‘Ik ben’ uitspraken van Jezus. Zijn eerste ‘Ik ben’  uitspraak brengt ons terug bij kerstmorgen. We  blikken even terug:  We zagen een kribbe op het podium, en daarin lag geen pop wat het Kindje Jezus voor moest stellen, maar een brood in de vorm van een hart in doeken gewikkeld. Dat heeft natuurlijk een reden:  de allerbeste plek voor de Messias om Zijn leven op aarde te beginnen is in Behtlehem.
Beth- lechem.  Beth betekent huis, het gaat om een beschermende muur in de rug, een stevig dak boven je hoofd,  en aan de voorkant een deur naar de toekomst, een open deur naar het licht.
Lechem betekent brood.  Beth lechem – Bethlehem , betekent dus Broodhuis.  Het huis waar volop brood is, huis van overvloed, huis waar je geniet van een zegenrijk leven. Dan komt in Bethlehem in de kribbe alles samen: het verleden, het heden, maar vooral de toekomst.

De eerste keer dat wij lezen over het Hemels Brood is in Exodus 16. Het volk Israël is ongeveer twee maanden onderweg in de woestijn en de mensen hebben honger en beklagen zich bij Mozes en Aäron.  ‘Had de Heer ons maar laten sterven in Egypte!’   Maar God blijft geduldig en belooft vlees én brood.  De volgende vroege ochtend, als de dauw is opgetrokken, ligt het manna voor het eerst op de grond.
Manna – Man’ betekent letterlijk: ‘Wat is dat?’ Een uitroep van verbazing, van verwondering.

Manna is het brood van Eden. Het kwam uit de hemel en het is een geschenk uit het paradijs voor in de woestijn. God geeft speciale instructies voor het verzamelen van het manna.  Je mag genoeg verzamelen voor één dag – en op de dag vóór de Sabbat voor twee dagen.  God geeft meer dan genoeg. Maar Hij leert zijn volk om elke dag op Hem te vertrouwen voor hun levensonderhoud. God voorziet.
Ook wij ontvangen kracht voor iedere dag. We kunnen de kracht van vandaag niet meenemen naar morgen. Morgen ontvangen we bij het ontwaken kracht voor de dag die volgt.

Op kerstmorgen lag het Brood en het Vleesgeworden Woord in de kribbe.  Beth- Lechem – het Broodhuis is de eerste lichtstreep in de duisternis na de zondeval.  Het is de eerste zonsopgang in ons geestelijk leven, want de weg naar de kribbe is de weg naar Goddelijke vrede.

Jaren later, als Zijn bediening begint, vertelt Jezus over het Brood des Levens. Jezus legt alles uit over het verschil tussen het manna en het Levende Brood  Niet Mozes heeft het manna in de woestijn gegeven maar God. Het manna was ook brood, hemelsbrood zelfs,  maar het hield slechts één volk beperkt in leven, het was tijdelijk voedsel. Maar Jezus belooft dat Hij het Brood is voor alle volken tot in alle eeuwigheid,  waardoor je het eeuwige leven ontvangt.  Het Levende Brood is daarom van veel grotere betekenis dan het manna:  Het Levende Brood  heeft de indrukwekkende eigenschap dat het eeuwig leven kan geven aan heel de wereld.  Het heil is immers voor alle volken!  Daarom, laat het evangelie maar als warme broodjes over de toonbank gaan, want Wiens brood men eet, diens woord men spreekt…