Lezen Lucas 24: 13 t/m 32  De Emmaüsgangers
13 En zie, twee van hen gingen op diezelfde dag naar een dorp dat zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd was en waarvan de naam Emmaüs was.
14  En zij spraken met elkaar over al deze dingen die gebeurd waren. 15  En het gebeurde, terwijl zij met elkaar spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus Zelf bij [hen] kwam en met hen meeliep. 16 Maar hun ogen werden [gesloten] gehouden, zodat zij Hem niet herkenden.
30  En het gebeurde, toen Hij met hen [aan tafel] aanlag, dat Hij het brood nam en het zegende. En toen Hij het gebroken had, gaf Hij het aan hen. 31 En hun ogen werden geopend, en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht.

De Emmaüsgangers!  Ze zijn op weg naar het plaatsje Emmaüs, dat is plm. 2 á 3 uur lopen van Jeruzalem. De twee mannen behoren tot de bredere discipelenkring van Jezus en hadden alle gebeurtenissen rond Jezus’ dood meegemaakt.  Ze zijn druk in gesprek. Ze dachten dat Jezus de beloofde Messias was, maar Hij is gestorven aan het kruis. Wanhoop vult hun gedachten en hart. En dat is toch heel opmerkelijk, ze hebben de Heere immers zelf meegemaakt. Ze hebben Zijn stem gehoord en geluisterd naar Zijn woorden. Desondanks hebben ze nog oneindig veel vragen. Eigenlijk zien die twee mannen,  op weg naar Emmaüs,  het niet meer zitten na alles  wat ze hebben meegemaakt. Het wonder van het lege graf is aan hen voorbij gegaan, en wat ze nu ervaren is een leeg hart.

Dan verschijnt Jezus. Het is de allereerste verschijning die Lucas beschrijft. Opmerkelijk is de sobere, haast vanzelfsprekende manier waarop Jezus ten tonele verschijnt: waar Hij vandaan komt of waar Hij naar toe gaat wordt niet vermeld. Ook rept Lucas met geen woord over de opstanding.  De twee mannen zijn zo in hun eigen situatie verdiept dat ze weinig aandacht hebben voor de voorbijganger en ze zullen zeker niet verwacht hebben Jezus Zelf te ontmoeten.

Jezus wordt niet herkend door de twee mannen doordat hun ogen gesloten werden gehouden. De reden is dat God hun ogen doelbewust gesloten houdt zodat zij Jezus  herkennen.  Op deze manier kon God hen tot overtuiging brengen, omdat Jezus hen de schriften uitlegde, dat Jezus als Messias werkelijk uit de doden is opgestaan.Jezus mengt Zich in het gesprek en vraagt waarover de twee het hebben en waarom ze zo somber kijken. Verbazing alom, is de voorbijganger soms een vreemdeling die werkelijk geen weet heeft van alle gebeurtenissen? Nou, Jezus kan uitgebreid antwoord krijgen op Zijn vraag. Het hele gebeuren inclusief al hun vragen wordt uitvoerig uit de doeken gedaan aan de ‘vreemdeling’. 

Uiteindelijk neemt Jezus het woord. Hij noemt de mannen onverstandig en traag van hart, daarmee bedoelt Jezus gebrek aan inzicht. Dat ze niet hebben geloofd wat de profeten hebben voorzegd. Het onverstand en de traagheid van de mannen wordt veroorzaakt doordat ze maar op één aspect van de messiaanse profetieën waren gericht, nl. het politiek-nationale aspect. De Messias zou Zijn volk verlossen en het koningschap in Israël zou herstellen. Natuurlijk,  dit was ook allemaal voorzegd, maar dat niet alleen. De Messias zou ook moeten lijden en sterven, om na drie dagen weer op te staan uit de dood.

Ondertussen naderden zij het dorp Emmaüs. Ze nodigden de ‘vreemdeling’ uit om te blijven eten.  En dan gebeurt er iets heel opmerkelijks. Gewoonlijk spreekt de gastheer bij de maaltijd een dankzegging en zegen uit, maar nu neemt de gast de rol van de gastheer over. Jezus neemt het brood, spreekt de dankzegging uit en deelt het brood uit. Op dat moment werden hun ogen geopend. Hun verdriet  en somberheid maakte plaats voor vreugde, hoop, geloofsvertrouwen, de toekomst wenkt.  Als ogen maar worden geopend…