Lezen: Lucas 2: 21 t/m 23 Zijn roepnaam: Jezus!
21 En toen acht dagen vervuld waren, en men het Kind besnijden moest, werd Hem de Naam Jezus gegeven, die genoemd was door de engel voordat Hij in de moederschoot ontvangen was. 22 En toen de dagen van haar reiniging volgens de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om [Hem] de Heere voor te stellen, 23 – zoals geschreven staat in de wet van de Heere: al wat mannelijk is dat de moederschoot opent, zal heilig voor de Heere genoemd worden –
Toen het kindje van Maria in Bethlehem werd geboren, was er geen kinderkamer ingericht, ook lagen er geen geschenken van vrienden of buren te wachten. Maria was een eenvoudig meisje en Jozef was een timmerman. Ze waren niet rijk, de baby werd in een voederbak voor de dieren gelegd. Toch lag er direct bij de geboorte wél een bijzonder geschenk op Hem te wachten. Het was geen goud, wierook of mirre, die kwamen pas weken later, aangedragen door de magiërs uit het Oosten.
Het geschenk bestond ook niet uit kostbare zalfolie om de voetjes van de Baby heerlijk te zalven, dat kwam pas jaren later toen de Baby een volwassen Man geworden was. Het geschenk dat al bij Zijn geboorte lag te wachten, was niet afkomstig van mensen, het was een door de engel voorzegd cadeau. Het was dé naam voor dit Kindje. Bij Zijn besnijdenis op de achtste dag mocht Jozef Hem die naam geven. Maria’s man mocht dit cadeau uitpakken en Hem als eerste bij naam noemen: Jezus. Wat een bijzondere eer viel Jozef ten deel. Wat zal Jozef bewogen en met een oneindige liefde deze Naam hebben genoemd. Wat een zegen voor deze toegewijde en gelovige man.
Een engel van God had in een droom deze naam al aan Jozef bekend gemaakt toen Maria nog zwanger was. Dat was een bevestiging van dit geschenk. Want al eerder had de engel Gabriël deze naam genoemd toen hij Maria namens God kwam groeten en haar vertelde dat zij zwanger zou worden uit de Geest van God. Jozef moet het Kind Jezus noemen want: Hij zal Zijn volk bevrijden van hun zonden
(Math. 1:21). De naam Jezus betekent in het Hebreeuws: ‘De redding is van de Heere’. De naam van Gods Zoon zegt dus iets over Zijn Vader. Nu waren er meer mensen in die tijd die de naam Jezus droegen. Wat is het verschil? We kunnen het vergelijken met het volgende: gouden ringen zijn er genoeg, de etalage van een juwelier ligt er vol mee. Deze ringen zijn mooi om te dragen, maar een ander kan die ring ook dragen. Het is nog niets persoonlijks. Maar het wordt anders als er een inscriptie in de ring staat gegraveerd, bijv. een trouwring, dan wordt de ring wel heel persoonlijk. Zo is het ook met de naam Jezus voor Maria’s Kindje. Een hemelse gouden geboortering wordt aangereikt, aan de binnenkant staat een inscriptie. Jozef mag het als eerste de persoonlijke boodschap lezen: ‘Hij zal het volk bevrijden van hun zonden.’
Eerst is dus de naam op aarde gekomen en toen pas daalde Gods Zoon af in Maria’s schoot. De naam lag niet alleen te wachten op Zijn geboorte, de naam lag al te wachten vóór de ontvangenis van Maria. Als mensen een naam krijgen dat is dat voor hun hele leven. Niets gaat voorgoed mee, behalve de naam. Op een grafsteen staat tenslotte dezelfde naam als op een geboortekaartje. Dit is ook zo bij het Kindje van Maria. De geur van de kostbare zalfolie, waarmee de voeten van Jezus liefdevol werden overgoten was alweer verdampt, toen Jezus geboeid voor het sanhedrin werd geleid.
Het Kind in de kribbe hing als een Man naakt uit het kruis. Alles was afgenomen, maar toen Hij stierf en er helemaal niets was overgebleven stond op een bordje boven Zijn hoofd Zijn naam: Dit is Jezus, de koning van de Joden. Het eerste geschenk heeft het laatste woord. Deze naam heeft Hem gevolgd tot in de dood, maar ook in Zijn opstanding en zal Hem blijven volgen totdat Hij terug komt op de wolken. Het is deze naam die wij altijd mogen wij aanroepen, want onze redding is van de Heere!
