Lezen: Mattheüs 6: 9 t/m 13: Het gebed des Heeren dl. 7; De Bergrede dl. 15
13b…,Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.
We zijn aan het slot gekomen van het Onze Vader. Het gebed eindigt met een lofprijzing aan God.
Wat betekent deze slotregel? Het heeft in de eerste plaats te maken met het waarom we bidden.
Wat doen we als we bidden? We kunnen zeggen dat bidden praten met God is. Bidden is iets bij God brengen, Gods aandacht op iets vestigen. We kunnen ook zeggen dat bidden een manier is om onze aandacht op Hem te vestigen omdat wij ons realiseren dat dingen niet vanzelfsprekend zijn, en dat we afhankelijk zijn. Nog een andere manier is om bidden als een manier te zien om God te prijzen om Wie Hij is en om te benoemen dat we bij Hem willen horen. Een mooi voorbeeld vinden we in Ps. 52:
10 Maar ik ben als een groene olijfboom in het huis van God, ik vertrouw op de liefde van God voor eeuwig en altijd. 11a Ik zal U eeuwig loven om wat U hebt gedaan,…
Mensen spreken op allerlei momenten gebeden uit. Voor en na het eten, voor het slapen gaan, in de kerk, als er oorlog is of sprake van geweld. Bidden spreekt geloofsvertrouwen uit. Want als we bidden: Want van Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid, dan belijden we ons geloof, de woorden zijn een getuigenis.
De laatste regel van het gebed des Heeren begint met het woordje ‘want’. Dit woordje laat zien dat de lofprijzing waarmee het gebed eindigt, de reden is waarom we God kunnen vragen wat we dus gevraagd hebben. We zeggen als het ware: wilt U ons elke dag eten geven, wilt U ons vergeven, wilt U ons redden van het kwaad? Wij vragen dit aan U omdat U zo machtig bent. Er is niemand anders aan wie wij het kunnen vragen.
Het gebed des Heeren begint met het aanroepen van God. In dit aanroepen begint de lofprijzing. We richten ons tot God en zeggen: U bent onze Vader, U woont in de hemel. Met andere woorden: U bent degene van Wie wij afhankelijk zijn, van Wie wij het moeten hebben. Na dit aanroepen volgt een aantal smeekbeden, en dan eindigt het gbed met een lofprijzing.
Het mooie van het eindigen met een lofprijzing is dat we ook aan het slot van het gebed realiseren dat bidden niet alleen vragen is. Bidden betekent ook dat we weten dat we in het leven gedragen worden door God en afhankelijk zijn van God. De lofprijzing op het eind laat ons beseffen dat het niet om ons gaat, maar om God en Zijn Koninkrijk.
In het slot van het gebed vinden we vier elementen:
1. Van God is het Koninkrijk. Hij is Koning in de hemel en op aarde
2. Van God is de kracht. Het gaat hier om Zijn macht, om Zijn grootheid, om Zijn heil en genade
3. Van God is de heerlijkheid. Aan Hem alle eer en glorie.
4. Van God zijn al deze dingen tot in eeuwigheid. We hebben te maken met een God Die er al was voordat de wereld bestond, die er zal zijn als de wereld ophoudt te bestaan, Die een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal scheppen want Uw Koninkrijk kome.
De slotzin van het gebed des Heeren kunnen wij omschrijven als: Wij prijzen God, Hij is onze machtige Koning die alle eer verdient. Daaraan voegen wij toe: tot in eeuwigheid. Voor altijd, om aan te geven dat het niet iets tijdelijk is, maar dat God alle tijden en de geschiedenis overstijgt.
Volgende week 14 augustus: ‘Amen’
