Lezen Exodus 14 : Vrijheid19 De engel van God, die steeds voor het leger van de Israëlieten uit was gegaan, stelde zich nu achter hen op. Ook de wolkkolom, die eerst voor hen uit ging, stelde zich achter hen op, 20 zodat hij tussen het leger van de Egyptenaren en dat van de Israëlieten kwam te staan. Aan de ene kant bracht de wolk duisternis, aan de andere kant verlichtte de vuurzuil de nacht. Die hele nacht konden de legers niet bij elkaar komen. 21 Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de HEER liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, 22 en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan…
Vrijheid betekent alles. Door vrijheid kun je overleven. Hoe zouden de Israëlieten zich hebben gevoeld toen ze hun droge voeten aan de andere kant van de Schelfzee hadden gezet. Vanzelfsprekend vol vreugde en God oneindig dankbaar, maar wellicht ook met schaamte, want er ging iets aan vooraf: ze keken achterom en zagen farao en zijn leger naderen en de schrik sloeg hun om het hart. Het volk zag Egypte als een bedreigende en vernietigende macht.
Alles lijkt op dat moment fout te gaan en ze zoeken in Mozes een zondebok. Mozes roept het volk op te stoppen met hun gemopper en om te zien welke grote daden God gaat doen door voor hen te strijden. God zal Zichzelf verheerlijken en Hij zal de vijand duidelijk maken dat Hij de Heere is. Als God alles heeft gezegd gaat Hij over tot handelen. Er verschijnt een engel van God en de engel neemt plaats tussen het volk en de Egyptenaren. God neemt plaats in tussen het goed en het kwaad. Dit is de eerste daad van verlossing. God laat weten dat als je met God samen bent het duister niet bij je kan komen. Daarna strekt Mozes, in opdracht van God, zijn hand uit naar de zee. Het water van de zee wijkt door een krachtige oostenwind. De zee wordt land en het volk loopt over de zeebodem naar de overkant. Dit is de tweede daad van verlossing, met als doel dat het volk God moet vertrouwen.
Een kleine 3500 jaar later, geschat wordt dat de uittocht in 1446 jaar voor Christus was, vieren wij nog steeds onze vrijheid. We zijn vrij. In velerlei opzichten: bijv. vrij om onze politieke voorkeur te uiten, vrij om ons geloof te belijden en naar de kerk te gaan. Vrijheid. Op 5 mei wapperde overal onze nationale driekleur. Natuurlijk staat onze vlag symbool voor onze vrijheid aan de ‘buitenkant’. Maar vanuit het geloof staat onze driekleur ook symbool voor onze vrijheid aan de ‘binnenkant’. Het rood, wit, blauw vertelt het evangelie:
Rood: het bloed van Jezus is het hart van ons geloof, Hij is onze Verlosser! Dit is de eerste daad van de verlossing: God laat weten dat het duister niet bij je kan komen als je met Hem samen bent.
Wit: is reiniging en heiliging. We zijn schoongewassen door Jezus’ bloed en witter dan sneeuw.
Blauw: is het water van de doop, van de nieuwe mens, is het Levend Water, we mogen blijven drinken bij de Bron. Het Levend Water is de tweede daad van verlossing, het is een beschermende muur zodat niemand kopje onder gaat. Zing je mee? (melodie Wilhelmus)
Gegroet gij kudde schapen,
in vreugde en in nood
uw Herder zal niet slapen,
Zijn trouw is blijvend groot.
Uw God bewaakt uw leven,
neem Zijn genade aan,
uw zo-on – den zijn vergeven,
gij schapen neem dit aan
