Lezen: Lucas 19: 1 t/m 10   – Zacheüs
10 De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’

Op weg naar Jeruzalem trekt Jezus door Jericho. De stad Jericho waar Lucas over schrijft is niet het Jericho uit het Oude Testament.  Het nieuwe Jericho is door Herodes de Grote twee kilometer ten zuiden van het oude Jericho  gebouwd. (37-4 v.Chr.)   Jericho lag in een vruchtbare streek vanwege het warme en vochtige klimaat in de omgeving van de Jordaan.  De stad lag op de handelsroute van Jeruzalem naar de steden in het Overjordaanse. Het is een rijke stad en omdat Jericho op een doorgangsroute lag, kon er veel tol geheven worden. Kassa dus!

Zacheüs is het hoofd van de belastingontvangers en deze oppertollenaar heeft leiding over de andere tollenaars.  Het is opvallend dat er nadrukkelijk wordt vermeldt dat Zacheüs rijk is. Waarschijnlijk omdat in het vorige hoofdstuk de vraag is gesteld of een rijke behouden kan worden. Jezus’  antwoord was : ‘Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’(Luc.18:25)

Ondanks al het geld van Zacheüs is hij leeg en arm van binnen. De mensen moeten Zacheüs niet vanwege zijn praktijken en lopen met een grote boog om hem heen. Volgens hen is hij de verrader van het eigen volk geworden. Want Zacheüs’  naam betekent de reine of rechtvaardige. In hun ogen is hij onrechtvaardig en onrein geworden door zijn omgang met de Romeinse bezetter.  Zacheüs kan wat hun betreft de boom in en in de synagoge hoeft hij zijn gezicht ook niet meer te laten zien.

Maar Zacheüs wilde Jezus zien en wilde weten wie Hij was. Het ging Zacheüs om de persoon Jezus. De betekenis van het woord ‘zien’  in de Bijbel is o.a. ’ontmoeten’  In ieder geval wilde Zacheüs Jezus graag ontmoeten, zijn verlangen om Jezus te zien was heel groot. Omdat er veel volk op de been was en vanwege de schare kon Zacheüs niet dicht bij Jezus in de buurt komen. De bewoners van Jericho die dit mannetje  kenden, zullen ook niet bereid zijn  geweest om hem een plaats vooraan  te gunnen.  Ongetwijfeld had men een grote hekel aan hem.

Zacheüs, klein van gestalte,  bedenkt dat hij wel ergens een plek moet kunnen vinden waar hij een beter uitzicht heeft. Zijn verlangen om Jezus te zien is zo sterk dat hij zich niet meer bekommert om zijn waardigheid. Hij rent voor de schare uit en klimt in een vijgenboom. Vanwege de korte stam en de laaghangende takken is de boom geschikt om in te klimmen. In het dichte loof kon Zacheüs zich bovendien min of meer onzichtbaar maken. Daar wachtte hij tot Jezus voorbijkwam. Toen Jezus dichtbij de plaats  kwam waar Zacheüs in de vijgenboom zat, keek Hij omhoog. Zacheüs zal wel verrast geweest zijn toen Jezus omhoogkeek en hem aansprak. De tollenaar moet zich afgevraagd hebben: ‘ Hoe weet Hij dat ik hier zit?’  ‘Hoe kent Hij mij?’  Jezus wil bij Zacheüs op bezoek komen en in zijn huis verblijven.  Zacheüs is verbaasd, wordt blij en haast zich naar beneden om de Heiland welkom te heten in zijn huis.

Het optreden van Jezus stuit op verzet bij bij de menigte. De mensen begrijpen het niet dat Jezus meegaat met Zacheüs notabene. Hun reactie doet denken aan het ‘morren’ van het volk Israël in de woestijn.  Het is uiteindelijk een morren tegen God en Zijn barmhartigheid.
Zacheüs komt tot bekering en legt een gelofte af dat hij zijn zondige leven de rug toekeert.  Bij de Joden gold dat oprechte bekering moest leiden tot genoegdoening aan de mensen die benadeeld waren. Zacheüs houdt zijn belofte.  Veel zal hij niet overgehouden hebben, maar hij doet dit alles vrijwillig en spontaan en geeft daarmee blijk van een diepgaande verandering in zijn leven.

Volgende week 13 maart:  Onderweg naar Pasen: de voetwassing door Jezus