Lezen: Jesaja 55: 10 t/m 11 – De schepping 6: Regen, weer en wind
10 Want zoals regen of sneeuw neerdaalt van de hemel en daarheen niet terugkeert, maar de aarde doorvochtigt en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen, zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter, 11 zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat: het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.
Wat wordt er veel gepraat over het weer. De zomer toont een wisselvallig karakter. We mopperen dan ook heel wat af over het weer. Maar beseffen wij wel ten volle hoe het weer in elkaar zit? Als regendruppels ons land bereiken hebben ze al een hele reis achter de rug. Hun reis wordt beïnvloed door de zon. Wanneer de zon schijnt, wordt de aarde opgewarmd, vervolgens stijgt de warme lucht van de aarde naar boven. Deze warme lucht bevat ook water uit de zee dat door de hitte van de zon verwarmt. Tijdens het stijgen van de warme lucht, koelt deze lucht af en worden er kleine waterdruppels gevormd. Deze waterdruppels hechten zich aan kleine stofdeeltjes in de atmosfeer. Op deze manier worden er wolken gevormd. Binnen in de wolken botsen de waterdruppels continu tegen elkaar. Wanneer de waterdruppels groot genoeg zijn, vallen ze vervolgens als regen naar beneden.
De wind bepaalt echter op welke plaats de regen naar beneden valt. De wind kan er voor zorgen dat wolken, die zwaar zijn van al die waterdruppels, over grote afstanden door de lucht worden verplaatst. Wind ontstaat doordat het niet overal op aarde even warm is, het heeft te maken met luchtdruk. Luchtdruk zorgt voor wind en lucht stroomt altijd van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied. Voordat we nat worden van de regen hebben de waterdruppeltjes al heel wat meegemaakt. Een klein deel van de regenbui wordt door planten opgenomen en via kleine openingen in hun bladeren weer verdampt in de lucht. De rest van de regenbui sijpelt in de grond en komt terecht in een beekje of rivier. Vanaf daar stroomt het water weer verder naar de zee en dan begint alles van voren af aan.
Wanneer we heel bewust stil staan bij het weer dan beseffen we hoe groot onze Schepper is. Het weer is voor ons zo vanzelfsprekend, het is er immer altijd. Er is geen enkele dag waarop er geen weer is. Het is een geweldige indrukwekkende kringloop, dag in dag uit. Wij mensen hadden het weer nooit kunnen bedenken. God heeft een cyclus geschapen die onophoudelijk doorgaat, precies zo lang als God het wil. Wanneer we dit ten volle beseffen groeit onze respect voor de Hemelse Schepper. En dit respect is onmisbaar in ons leven, omdat het ons helpt om op God te vertrouwen.
De mens heeft kennis, heeft notabene kunstmatige intelligentie ontwikkeld. Maar deze intelligente (AI) kan geen regen, wind of wolken scheppen. Ondanks alle kennis is het verstandig om te bedenken hoe nietig we zijn vergeleken met God. God is oneindig verheven boven de mens. Wanneer we respect en ontzag hebben voor God dan vertrouwen we op Hem, ook als we dingen niet begrijpen. ‘Vertrouw op de Heer met heel je hart, steun niet op eigen inzicht’ (Spreuken 3:5). Als we merken dat er momenten zijn dat we denken het beter te weten dan God, dan is het goed om stil te staan bij de schepping. Het weer is een prima startpunt. Laat een regenbui onze gedachtespinsels maar opfrissen of wegspoelen.
Ons leven is evenals het weer nogal wisselvallig. Zoals een regenbui heeft alles wat wij doen invloed op onze omgeving. Maar zoals de regen precies valt, waar en wanneer het moet vallen, en terugstroomt naar de zee, zo houdt God de kringloop van ons leven in Zijn hand. Hij was bij ons begin en is aan het eind. Wie wijs is vertrouwt op God opdat Zijn Woord niet vruchteloos tot Hem terugkeert maar opdat de mens zal doen wat Hem behaagt…
