Lezen: Mattheüs 5: 13  – De Bergrede  dl.7
13   Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden.

Iedereen weet wat zout doet. Zout heeft een onzichtbare werking, maar is van grote invloed. Daarom spreekt Jezus over het ‘zout der aarde’. Maar dan moet het zout wel over deze aarde worden uitgestrooid en niet in een zoutvaatje blijven zitten. Want zout werkt pas als het in aanraking komt met anderen. Zout zorgt voor smaak en dat is bemoedigend zeker als we bedenken dat we in een smakeloze wereld leven.  Juist als je denkt dat het niet erger kan, is er weer een overtreffende trap. Dat is de wereld waarin wij leven.

‘Zout kan wel zijn kracht verliezen’, zegt Jezus. Dat is vreemd, hoe kan dit nu? Natuurlijk kan zout in principe nooit zijn kracht verliezen.  Zout kan wel een beetje meer of minder zout worden.  Maar Jezus doet geen scheikundige uitspraken, maar een geloofsuitspraak. Hij verwijst naar de zoutwinning aan de Dode Zee. Zout win je, door het water te laten verdampen en wat je dan overhoudt is een combinatie van zout maar ook van allerlei andere stoffen. En als zout in dit groepje stoffen zou verdwijnen, dan hou je smakeloze stoffen over. Dat bedoelt Jezus.  En als Hij zegt dat wij, als gelovigen, het zout der aarde zijn, maar we laten in al ons doen en laten hier niets van merken, dan worden wij smakeloos, en brengen wij geen smaak meer aan in de wereld om ons heen.

Dat is iets om over na te denken. Wij zijn de schatbewaarders van het zout, het zout is ons toevertrouwd.  Gaan we daar zorgvuldig mee om, of laten we het zout zijn kracht verliezen. Wellicht moeten we eens nadenken over de waarde van zout. Er is zelfs een tijd geweest dat het salaris in zout werd uitbetaald. Zo kostbaar was zout.  Het woord ‘salaris’  herinnert er nog aan en is verwant aan het woordje ‘zout’. Denk maar aan het gemeenschappelijke woord ‘sal’,

En nu zijn wij, als Gods kinderen,  het zout der aarde. Iets kostbaars heeft waarde aan ons leven toegevoegd tot in alle eeuwigheid. Wij zijn het loon, het salaris, het sal van het offer van Jezus aan het kruis. Daarom zijn wij het zout der aarde en hebben wij opnieuw een paar weken geleden Pinksteren gevierd. Het zout der aarde zijn heeft alles te maken met getuigen van onze Heer en Heiland, en handen en voeten geven aan ons geloof, ieder op zijn of haar eigen manier.

Zout is trouwens een geweldig mooi voorbeeld. In de keukenkast bewaren we zout apart in een daarvoor bestemd zoutvaatje. Maar het zout moet niet altijd in dit vaatje blijven zitten, het moet wel toegevoegd worden aan het voedsel dat wij bereiden. Wat opvalt is dat als het zout zijn smaak geeft, het helemaal oplost. Je zou kunnen zeggen het zout cijfert zich zelf weg.  Dit geldt ook voor het zout van het evangelie. Aan de ene kant is het persoonlijk en houden wij het apart, hebben we ons stille tijd met God, maar aan de andere kant moeten wij ermee aan de slag. Want we kunnen het evangelie niet voor zelf houden, het evanglie is voor iedereen. Zoals het zout smaak geeft aan onze maaltijd, zo mag het evangelie smaak brengen in de zoutloze werkelijkheid in het leven van alledag.  Vanuit het geloof zijn er altijd momenten en situaties dat wij ons zelf, als gelovigen, weg moeten cijferen en de smaak van het evangelie laten proeven.

Eén ding is nog niet genoemd. Zout heeft ook een reinigende en bewarende werking. Denk maar aan het pekelen van vlees of aan zoute snijbonen in het vat. Zonder zout kunnen we het vlees of de snijbonen nooit buiten de diepvries  bewaren. Op deze manier heeft het zout van het evangelie een reinigende en bewarende werking, in de eerste plaats voor Gods kinderen zelf, maar ook voor alle mensen dichtbij of veraf, als wij het maar het zout willen zijn.