Lezen Johannes 10: 11 t/m 16 serie ‘Ik ben’ dl. 4
11 Ik ben de goede herder. Een goede herder is bereid zijn leven te geven voor de schapen.
14 Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen Mij,
De vierde ‘Ik ben’ uitspraak van Jezus is. Jezus benadrukt maar liefst twee keer in dit gedeelte dat Hij de goede Herder is en dat is niet zonder reden. ‘Ik Ben’ betekent dat er geen ander is. Niemand kan Zijn plaats en positie innemen. Wellicht dat Jezus daarom het beeld van een herder gebruikt, de mensen moeten het begrijpen.
Ezechiël ( Ez. 34: 11 t/m 16a) profeteert over de prachtige eigenschappen die deze Herder heeft. De Herder zal wat verloren is zoeken, wat afgedwaald is terugbrengen, wat gebroken is verbinden. Natuurlijk wordt Israël hier bedoeld als de bijbehorende kudde, maar Gods kinderen zijn door Jezus geënt op Israël. Het heil is immers voor alle volken. Wij mogen als gemeente, samen met Gods volk, ons geloofsvertrouwen uitspreken in deze Herder: De Herder zoekt, brengt terug, verbindt en geeft kracht. Het beeld van de herder die dag aan dag optrekt met zijn schapen zal voor de mensen herkenbaar zijn geweest. En als Jezus zegt dat Hij de goede Herder is, dan is dat een uitnodiging om met Hem op te trekken, op Hem te vertrouwen, zoals de schapen blindelings op de herder vertrouwen.
Een mooi passend antwoord op deze uitnodiging zijn de woorden van psalm 23: de Heer is mijn Herder. Er is sprake van wederzijdse liefde! David zegt heel spontaan dat de Heere zijn Herder is. Je moet dan toch wel heel erg zeker zijn van je zaak. Op grond waarvan zegt David dit? Heel eenvoudig, David baseert dit op zijn kennis over God en op zijn ervaring in het leven met God. Weten Wie de Heere is en ervaring met deze Heere vloeien samen in een zekerheid. David wist, ondanks zijn fouten, zich geborgen bij God, er was zekerheid tussen God en David. David bevestigt dat geloof een individuele keuze is. Zijn persoonlijke relatie met de Herder komt in het volle licht te staan. Het beeld van de herder die dag aan dag optrekt met zijn schapen was voor David herkenbaar. David was zelf gewend om een kudde schapen te hoeden. Hij wist als geen ander wat de kenmerken zijn van een Goede Herder. En deze kenmerken herkent hij in God. Daarom noemt David de Heere Herder. David kende deze waarheid al voordat Jezus naar de aarde kwam. Misschien heeft Jezus daarom ook dit beeld gebruikt. Ongetwijfeld was Jezus bekend met de woorden van psalm 23.
In ieder geval drukt David behalve zekerheid, ook tevredenheid uit. Omdat de Heere Davids Herder is, ontbreekt het hem aan niets. Vanuit de Bijbel weten wij dat het de Heere niet om materiële of fysieke rijkdom gaat, maar om geestelijke zekerheid van het geborgen zijn in God. En als Hij onze hoogste prioriteit is in het leven dan zegent God ons met een bovennatuurlijke tevredenheid. Het ontbreekt Gods kinderen niet aan geestelijke zegeningen, omdat we alles in Christus hebben ontvangen.
Gods heilsplan brengt ons bij de stok en staf van de Goede Herder Met de stok hield de herder rovers en wilde dieren op afstand, de stok werd als een wapen gebruikt, evenals het kruis op Golgotha als wapen tegen al het kwaad word gebruikt. En de staf van de herder heeft een ronde kromming en daarmee kon de herder een schaap bij de poot of bij de hals vastpakken. Het kwam wel eens voor dat een schaap in een rotsspleet viel. De herder kon het dier dan met de kromming van zijn staf weer omhoog hijsen. De Herder gebruikt stok en staf om Zijn schapen te beschermen en op het juiste pad te houden, Daarom noemt Jezus Zichzelf de Goede Herder om ons te beschermen en te behouden…
