Lezen Johannes 20: 24 t/m 31 – Even voorstellen : Thomas,
28 ‘ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’

Thomas
Er is niet zoveel geschreven over Thomas. In ieder geval is hij Dydimus, dat wil zeggen tweeling. Thomas was dus de helft van een tweeling al wordt over zijn tweelingbroer – of zus niets bekend gemaakt. Bronnen zeggen dat hij eerlijk en rechtschapen man was, maar ook voorzichtig en dat hij soms zwaarmoedig karakter had. Thomas was trouw aan Jezus, hij was bereid om met de Heer te sterven (Joh.11:16).  Waarschijnlijk door zijn eigen voorzichtig- en zwaarmoedigheid is Thomas de geschiedenis ingegaan als de   ‘de ongelovige Thomas’.  Eerst zien en dan geloven. Hij twijfelde aan de opstanding van Jezus. De woorden van Jezus dat Hij de Opstanding en het Leven is, waren niet goed doorgedrongen tot Thomas. Zijn ongeloof was tijdelijk en werd helemaal goedgemaakt door zijn uitspraak:  ‘Mijn Heer en mijn God!’ 

Lezen Mattheüs 9: 9 t/m 10 – Even voorstellen: Mattheüs
9: Toen Jezus van daar verderging, zag Hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en Hij zei tegen hem: ‘Volg Mij.’ Hij stond op en volgde Hem.

Mattheüs
Mattheüs, zijn naam betekent geschenk van Jahweh, maar hij wordt door Markus en Lukas ook wel Levi genoemd wat staat voor aanhanger of aanhankelijk. Mattheüs woonde in Kapernaüm. Van beroep was hij tollenaar, dus in dienst van de Romeinse keizer. Mattheüs eiste belastinggeld van zijn eigen volksgenoten.  Met goedvinden van de Romeinse bezetter staken de tollenaars vaak een flink deel hiervan in eigen zak. In de Bijbel staan tollenaars niet zo hoog aangeschreven, ze worden vaak in  één adem genoemd met zondaar. Desondanks laat Jezus Zijn oog vallen op deze man. ’Kom, volg Mij’ En Mattheüs stond op en volgde Hem. Daarna horen we in het Nieuwe Testament niets meer over hem. Maar hij is wel de schrijver van het gelijknamige evangelie. Eerlijk spreekt hij over zijn afkomst; en hij stelt de Heer Jezus voor als de Koning van de Joden. Mattheüs maakt er geen geheim van dat hij een tollenaar is geweest. Hij is eerlijk, gehoorzaam en gastvrij (Luk. 5:27-32). 

Lezen Marcus 15: 40  – Even voorstellen: Jakobus, de zoon van Alfeüs
40 Van een afstand stonden ook vrouwen toe te kijken, onder wie Maria van Magdala en Maria, de moeder van Jakobus de jongere en van Joses, en Salome.

Jakobus was de zoon van Alfeüs (Matth. 10:3) en Maria, hij wordt Jakobus de jongere (minor) genoemd. Van moederszijde was hij een verwant aan Jezus. Jakobus is een zeer godvruchtig man, trouw en rechtschapen.  Deze Jakobus is de schrijver van de gelijknamige brief in het Nieuwe Testament waarin hij waarschuwt voor geestelijke slapheid.  Deze Jakobus wordt in Galaten 2:9 een pilaar van de gemeente genoemd, samen met Petrus en Johannes. Na de dood van Jakobus, zoon van Zebedeüs, werd hij een leidende figuur in de gemeente te Jeruzalem.  Vanwege zijn geloof is Jakobus, de zoon van Alfeüs de marteldood gestorven