Lezen Fiippenzen 2: 5 t/m 11   – Van roepnaam naar aanroepnaam
9 Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,
10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde,
11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

Als de vier evangelisten onze Heiland in hun geschiedschrijving willen benoemen, dan is dit met de naam waarmee mensen Hem toen noemden: Jezus! Maar na hemelvaart wordt alles anders. Gelovigen gebruiken dan zelden de enkele naam Jezus.  Enkel Hem Jezus noemen is niet voldoende. Eerbiedig worden er namen toegevoegd, zoals Heer, Christus, Gods Zoon.  Hij wordt aangeroepen als onze Heer Jezus, omdat de tijd van Jezus’ verhoging is aangebroken, en dat betekent ook iets voor het gebruik van Zijn naam.  De mensennaam Jezus wordt gekroond! Het gaat om verheerlijking. Hij is verhoogd tot de hoogste eer en macht; alle schepselen moeten Hem belijden als Heere, tot heerlijkheid van God de Vader

De evangeliën beschrijven de periode van Jezus’ lijden en vernedering. Jezus wordt gewoon Jezus genoemd. Onder de mensen droeg Hij heel eenvoudig de korte roepnaam Jezus. Een naam zonder kroon.  Na de opstanding van Jezus en na Zijn hemelvaart is de enkele roepnaam niet meer toereikend als we Jezus willen benoemen. Zeker als we bedenken wat Jezus voor de mensheid heeft gedaan

Paulus heeft dit begrepen, want nadat hij gesproken heeft over de vernedering en de dood van Jezus, schrijft Paulus verder over de naam van Jezus na de opstanding in de Filippenzenbrief.  Ook in de brieven van de apostelen komen we de naam van Jezus vaak tegen met een eerbiedige toevoeging. Hij is niet meer de Jezus, de Galileeër, al bleven  ongelovige Joden en heidenen  Hem zo noemen. Hij is ook niet alleen maar Jezus van Nazareth. De tijd van vernedering is definitief voorbij.  Het doek gaat op, en dat spreekt voor zich omdat het voorhangsel in de tempel scheurde. Hij is Jezus Christus, de Zoon van God.  Daarom wordt Jezus in de brieven meestal Heer Jezus of Christus Jezus genoemd.  Zelfs Jakobus en Judas gebruiken in hun brieven nooit de enkele naam van hun aardse Broer. Ook Simon Petrus noemt zijn Meester in zijn beide brieven altijd of Heer of Jezus Christus.  Paulus gebruikt in zijn brieven slechts 14 keer enkel de naam Jezus zonder toevoegingen, maar 203 keer wel met toevoegingen, met alle eerbied en respect.

Door alle eeuwen heen heeft de kerk dit voorbeeld gevolgd. Het gaat om Jezus Christus, en wat Hij voor ons heeft gedaan.  De naam Jezus wijst op Zijn werk, Hij is gekomen om te dienen en om de mens te redden van hun zonden. De naam Christus wijst op Zijn ambt. Hij is de door God gezalfde Middelaar, Verlosser en Koning, om de mensen tot Gods kinderen te maken. Voeg je deze namen bij elkaar dan gaat het om de verhoogde Christus.  De verhoging van Jezus heeft vier stappen doorgemaakt:  Jezus’ opstanding uit de doden;  Zijn hemelvaart; Jezus zit aan de rechterhand van God;  tenslotte Zijn wederkomst om de wereld te oordelen.  ‘Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen,…’ (2 Korinth.5:10a).

Maar wie beseft en belijdt dat Jezus Christus zijn of haar Verlosser is, heeft niets te vrezen. Niet voor niets worden gelovigen christenen genoemd. Jezus is ons voorbeeld. Hem mogen we volgen in aanbidding, lof en eer en ons heerlijk laten aansteken door Zijn overweldigende liefde. 

Zing je mee? (Opw. 167:3)
Prijst de Heer de weg is open, naar de Vader naar elkaar
Jezus Christus Triomfator,  mijn Verlosser Middelaar
Vader met geheven handen,  breng ik U mijn dank en eer
’t Is uw Geest die mij doet zeggen, Jezus Christus is de Heer