Lezen: 1 Samuel 15 serie: Uw dienaar luistert dl. 6
10: Toen richtte de HEER zich tot Samuel en zei: 11 ‘Ik betreur het dat Ik Saul koning heb gemaakt, want hij heeft Mij de rug toegekeerd en doet niet wat Ik hem heb opgedragen.’ Samuel werd boos en schreeuwde het de hele nacht uit tegen de HEER.
Nadat Saul door Samuel tot koning is gezalfd, heeft de Heere tijdens de volksvergadering in Mizpa duidelijk gemaakt dat Saul koning is. Eén van Sauls eerste acties is de bevrijding van Jabes in Gilead, een stad die omsingeld was door de Ammonieten. Daarna breekt het moment aan dat Samuel officieel afscheid neemt van het volk. Hij houdt een toespraak waarin hij het volk oproept om de Heere alleen te dienen. Hoewel Samuel wel afscheid heeft genomen, is zijn werk nog niet helemaal klaar. We komen Samuel in hoofdstuk 13 weer tegen. Saul wacht op Samuel, voor hij de strijd tegen de Filistijnen aangaat, moet er eerst een offer worden gebracht. De dagen glijden voorbij en Saul ziet telkens manschappen vertrekken. Saul kan steeds minder goed wachten en besluit tenslotte om zelf maar te gaan offeren. Als Samuel uiteindelijk is gearriveerd wordt Saul het oordeel aangezegd. Omdat Saul niet naar de Heere heeft geluisterd, zal zijn koningschap geen stand houden. Even lijkt het beter te gaan met Saul, maar in hoofdstuk 15 gaat het weer mis. Samuel moet Saul confronteren met zijn ongehoorzaamheid.
In naam van God geeft Samuel een opdracht aan koning Saul om Amelek, een woestijnvolk, aan te vallen. (Amelek is de kleinzoon van Ezau). God geeft opdracht dat niemand van de Amalekieten mag overblijven, ook mag er van hun spullen niet worden geroofd. God geeft deze opdracht niet zomaar. God is namelijk door Amelek aangetast in Zijn eer. Amelek was het eerste volk dat Israël in de woestijn heeft aangevallen en ook nog een op een laffe manier, in de achterhoede. Terwijl Mozes, gesteund door Aäron en Hur, zijn staf omhoog hield, werd er gestreden (Ex.17). Toen deze strijd voorbij was, zei God tegen het volk dat ze niet mochten vergeten wat Amelek hen had aangedaan. Wanneer ze in het beloofde land waren, moesten de de herinnering aan Amelek uitwissen (Deut.25:19). Hoewel het volk al jaren in het beloofde land was, is het daar nog steeds niet van gekomen.
Saul doet wat Samuel hem opdraagt, hij valt de Amelekieten aan, doodt de mannen en vrouwen. Toch gehoorzaamt Saul niet helemaal. Koning Agag laat hij leven, waarschijnlijk als een soort overwinningstrofee en om hem te laten dienen. Op deze manier staat Saul zelf in het middelpunt. Ook de dieren worden niet allemaal gedood. Terwijl God toch nadrukkelijk had gezegd niet te roven. Maar de hebzucht wint het van gehoorzaamheid. En koning Saul laat het allemaal gebeuren.
God ziet wat er gebeurt en spreekt tot Samuel. God heeft berouw dat Hij Saul tot koning heeft gemaakt. De manier waarop God reageert, heeft te maken met Zijn barmhartigheid en rechtvaardigheid. Op die manier kan God berouw hebben. Samuel schrikt en hij doet wat God van hem vraagt. Samuel confronteert Saul met zijn ongehoorzaamheid. Saul echter probeert zijn gedrag goed te praten. Hij zegt dat het volk zelf verantwoordelijk is voor het roven van de schapen en koeien. Saul gaat er aan voorbij dat hij als koning eindverantwoordelijk is. Saul probeert zijn ongehoorzaamheid kleiner te maken.
De ongehoorzaamheid wordt niet goed gepraat, het is zonde. Als Samuel de zonde van Saul heeft benoemd, vertelt hij dat Saul geen koning meer zijn. Kreeg Saul eerst nog te horen dat zijn koningschap geen stand zou houden, nu wordt het koningschap definitief van hem afgenomen Samuel 15 is een donker hoofdstuk. Om het juiste licht over al deze gebeurtenissen te laten vallen is het goed om te bedenken dat God Zelf voor een nieuw Koningshuis gaat zorgen. Uiteindelijk wordt in dit nieuwe Koningshuis dé Koning geboren, Jezus Christus. En déze Koning is gehoorzaam tot heil van alle volken. Het is advent! We blijven verwachten…
