Lezen: Mattheüs 6: 9 t/m 13 – Het gebed des Heeren dl. 6; De Bergrede dl. 14
13a En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze
Het woord verzoeking wordt niet zo vaak meer gebruikt. We kennen nog wel de uitdrukking ‘wat een verzoeking’, waarmee wordt aangeven dat iets wat ons overkomt heel zwaar is. We kennen ook het bekende verhaal uit de Bijbel over de verzoeking in de woestijn. Het verhaal dat Jezus door de duivel verzocht werd in de woestijn.
Als iemand een ander expres in een situatie brengt waarin hij of zij gemakkelijk een verkeerde keuze kan maken, dan wordt deze persoon op de proef gesteld. In de Bijbel heeft God mensen ook op de proef. Het gaat er om hoe groot de trouw aan God is van de beproefde. Een bekend voorbeeld vinden we in Geneis 22. Na jaren van wachten hebben Abraham en Sara eindelijk een zoon gekregen. En nu zegt God dat Abraham zijn zoon Isaak moet offeren. Abraham wordt op de proef gesteld en niet zo’n klein beetje ook. Maar God keert alles mede ten goede. God grijpt in, Hij heeft het geloof gezien van Abraham en God heeft Zelf voor het offer gezorgd, die Abraham dan ook dankbaar aanvaardde.
Naar aanleiding van dit voorbeeld kunnen we vanuit het geloof concluderen dat God ons misschien inderdaad wel eens op de proef stelt, niet om ons diep te laten vallen, maar juist om ons geloof te versterken. We hebben een God die voor ons zorgt en ons wil beschermen. En als ons geloof wordt versterkt staan we nog meer open voor de zorg van de Hemelse Herder. Hij heeft ook voor ons Zelf voor het offer gezorgd door Jezus naar de aarde te sturen zodat wij in genade kunnen leven. Als wij in dankbaarheid dit offer aanvaarden, dan zal dit ons geloof versterken in het besef dat ons leven veilig is in Zijn hand.
In het Nieuwe Testament kondigt Jezus zelf aan dat de gelovigen het moeilijk zullen hebben en Hij spoort de mensen aan om het vol te houden. Gelovigen staan bloot aan de verleidingen in de wereld en dat zal nooit veranderen, waarschijnlijk alleen maar toenemen. Wanneer we bidden: En leid ons niet verzoeking’ dan vragen we aan God of Hij ons wil beschermen, zodat wij niet in een dergelijke situatie terecht komen. Waar het op aankomt, in een situatie van verzoeking of verleiding, is te kiezen voor God. Vanuit het geloof blijven vertrouwen, want God is niet de reden waarom we kwade dingen ervaren in ons leven. Hij heeft immers Zelf voor het offer gezorgd.
Als we dit tot ons door laten dringen dan bidden we indringend het tweede gedeelte van deze gebedsregel: …maar verlos ons van het boze… Deze woorden sluiten aan bij ‘leid ons niet in verzoeking.’ Geen mens ontkomt aan het kwaad in zijn of haar leven. Het menselijk leven is kwetsbaar en eindig. Iedereen krijgt te maken met tegenslag, moeite en zorgen. Het maakt een mens broos. Op wat voor een manier wij ook leven, de dingen gebeuren en overkomen ons. Wel kunnen we de ‘boze dingen’ verdelen in tweeën: het boze van de natuur: denk aan ziekte, aardbevingen, overstromingen, droogte enz. En het boze van de mens: het kwaad dat voortkomt uit de keuzes van de mens, het morele kwaad.
In de bede ‘verlos ons van de boze’ wordt een werkwoord gebruikt: verlossen. Verlossen betekent redden of bevrijden. We vragen God om ons van het kwade en boze te redden en te bevrijden. Heel concreet, we zijn in een noodsituatie en we willen worden gered uit de situatie. En de boodschap van het blijde evangelie is dát we zijn gered en zijn bevrijd van zonde en schuld. Wanneer we Jezus hebben aangenomen als onze Verlosser en we bidden deze gebedsregel, dan spreken we ons geloofsvertrouwen uit en wordt ons geloof versterkt.
