Lezen: 1 Samuël 1  – serie: Uw dienaar luistert dl. 1
11 Hanna legde een gelofte af; zij zei: HEERE van de legermachten, wanneer U werkelijk de ellende van Uw dienares aanziet, aan mij denkt en Uw dienares niet vergeet, maar aan Uw dienares een mannelijke nakomeling geeft, dan zal ik die voor al de dagen van zijn leven aan de HEERE geven, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.

Het boek 1 Samuel speelt zich af in de tijd van de richters. Jozua heeft het volk in het beloofde land gebracht en afscheid genomen als leider van het volk. Het volk heeft toen wel beloofd dat het de Heere zou dienen, maar helaas in de praktijk werden de afgoden van omringende volken gediend. Desondanks stuurde God in genade een richter om het volk op God te wijzen. Maar als de richter stierf  dan gleed het volk weer af richting afgoden. In deze tijd wordt Samuel geboren. Een kind dat God gebruiken gaat in Zijn dienst. God gaat, ondanks ongehoorzaamheid door met Zijn heilsplan.

In het plaatsje Ramathan-Zofim woont Elkana met zijn gezin. Ze hebben de vaste gewoonte om ieder samen jaar samen naar de tabernakel in Silo te gaan om daar een offer te brengen om de Heere te dienen. Nu heeft Elkana twee vrouwen, Peninna en Hanna. Ondanks dat de Heere het huwelijk had ingesteld voor één man en één vrouw, gebeurde het in die tijd regelmatig dat een man een huwelijk aanging met twee vrouwen. In het gezin van Elkana is het alles behalve pais en vree tussen deze twee vrouwen.

Peninna voelt dat zij op de tweede plek staat bij Elkana. Maar ze heeft iets groots waarmee ze Hanna kan sarren. Zij heeft kinderen en Hanna niet. Vernederingen van Peninna vallen Hanna ten deel. Daardoor is de maaltijd (vs 4) voor Hanna, zoals ieder jaar, een ramp. Ze krijgt geen hap door haar keel en tranen lopen over haar wangen.  Elkana probeert de boel te sussen: ‘Hanna, ben ik je niet meer waard dan tien kinderen’.  Maar Hanna kan er niet meer tegen. Ze staat op en loopt naar de voorhof van de tabernakel. Intens verdrietig stort ze haar hart uit voor de Heere in haar gebed.

In haar gebed doet Hanna een gelofte (vs. 11). Bij een gelofte gaat het erom dat wanneer je iets aan God vraagt, je belooft om iets apart te houden als God het gebed verhoord. In deze gelofte komt het geloof van Hanna naar voren. Zij gelooft dat de Heere haar een kind kan geven. Dat komt nog eens extra tot uitdrukking doordat ze de Heere aanroept met de naam ‘Heere van de legermachten’.  Want de Heere heeft alle macht op hemel en op aarde. Uit deze gelofte blijkt ook dat Hanna niet alleen bezig is met haar eigen wensen en verlangens, maar ook gericht is op de zaak van God.

Omdat Elkana uit de stam van Levi kwam, zou Hanna’s zoon in ieder geval vanaf zijn 25e jaar in dienst staan van God (Num.8: 23-26). Maar Hanna gaat in geloof nog een stapje verder. Zij belooft dat haar zoon ‘al de dagen van zijn leven’ in dienst van God zal staan. Ondertussen denkt Eli dat de vrouw dronken is, want hij ziet haar lippen bewegen zonder dat ze hardop spreekt. Hij wijst Hanna terecht, want dronkenschap in de tabernakel is te erg voor woorden. Maar Eli heeft mis. Hanna  verweert zich en maakt duidelijk dat ze vol verdriet is en het heel moeilijk heeft. De toon van Elia verandert meteen. Hij treedt op als een priester en spreekt namens God de zegen uit: ‘Ga dan heen in vrede en God zal je geven wat je van Hem gebeden heeft’.

Gebedsverhoring. Hanna wordt zwanger en er wordt een jongetje geboren. Het kind ontvangt de naam  Samuel, hetgeen‘God heeft verhoord’, betekent. Samuel geeft diepe vreugde aan zijn ouders. Hanna doet zij heeft beloofd. Ze wijdt Samuel aan God. Drie jaar lang geeft ze hem de borst. En als hij toe is aan vast voedsel, neemt ze hem mee naar de tabernakel. Ze geeft en legt haar kind in de handen van God, gelovend dat Samuel in Zijn handen veilig is, zoals wij allemaal…