Lezen: Psalm 92 – De schepping 5: De zingende vogels
2 Het is goed om de HEERE te loven en voor Uw Naam psalmen te zingen, Allerhoogste; 3 in de morgen Uw goedertierenheid te verkondigen en Uw trouw in de nachten, 5 Want U hebt mij verblijd, HEERE, met Uw daden; ik zal vrolijk zingen over de werken van Uw handen. 6 HEERE, hoe groot zijn Uw werken, zeer diep zijn Uw gedachten.
We weten dat bomen en planten goed zijn voor onze gezondheid. Het helpt ons om te ontspannen. Maar hoe kunnen we wel niet genieten van de vogels in onze tuin. Iedere dag zingen ze vrolijk en hoorbaar hun lied. De vraag is hoe lukt het de vogels, hoe klein ze soms ook kunnen zijn, om zo luid en duidelijk hun lied te zingen?
Laten we dit eerst eens met de mens vergelijken. Wij hebben in onze keelholte een strottenhoofd met stembanden. Wanneer we uitademen staan de stembanden open zodat de lucht zich kan verplaatsen naar buiten. Wanneer wij onze stem willen gebruiken dan spannen we de stembanden aan. Door de lucht die er dan langs komt, gaan onze stembanden bewegen. Vervolgens ontstaan er luchttrillingen, die we vervolgens met onze keel en mond vervormen, zodat we kunnen praten of zingen. De longen zijn er ook bij betrokken en vormen een soort klankkast wat voor de volume zorgt. Willen we harder praten of zingen dan zullen we meer lucht langs de stembanden moeten gaan stoten. Daarom zijn ademhalingsoefeningen ook heel belangrijk voor het zangkoor. Dit alles overdenkend, is het dan niet heel wonderlijk dat de vogels in onze tuin zo prachtig mooi en onvermoeid kunnen zingen?
Vogels zijn door onze Schepper geschapen met een syrinx, dat is te vergelijken met ons strottenhoofd. De syrinx heeft twee membranen die trillen als er lucht langskomt en produceren verschillende toonhoogtes. En dat niet alleen, de membranen kunnen los van elkaar aangestuurd worden. Dat betekent dat vogels heel snel van tonen kunnen wisselen en zelfs twee afzonderlijke geluiden tegelijk kunnen produceren. Om de syrinx zit een luchtzak die helemaal volloopt bij het inademen, dus wanneer een vogel uitademt oefent de luchtzak druk uit op de syrinx en dat zorgt voor flinke trillingen en hoor de vogel zingt. God heeft ze alles gegeven wat nodig is om te kunnen zingen en de mooiste klanken in een prachtige symfonie voor te brengen. De vraag is hoe komen vogels toch aan hun zangrepertoire? Onderzoek heeft uitgewezen dat een jong vogelmannetje in zijn eerste vogelweken liedjes leert van zijn vader. Maar als de vogel uitvliegt en zich nestelt in een nieuw woongebied, neemt het jonge vogelmannetje ook het repertoire over van zijn buurtgenoten. Wat is het indrukwekkend hoe onze Schepper de vogels heeft geschapen en hoe de vogels eer brengen aan de Allerhoogste in de hemel.
Eer brengen aan God en een loflied dragen in je hart. De vogels geven ons het voorbeeld. God heeft de mens geschapen met als doel Hem te eren en te prijzen. Daarom heeft God een lied in ons hart gelegd tot eer en lof van Hem. Want: ‘In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons uitgekozen om heilig en zuiver voor Hem te staan, en vol liefde, heeft Hij ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om door Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade’(Efeziërs 1: 4-6a).
Wanneer we hier heel bewust bij stil staan dan beseffen we hoe kostbaar het geloof is. Het is niet alleen het gevolg van onze opvoeding of van omstandigheden. Het is ons door God gegeven en dat mogen we nooit vergeten. Het gezang van de vogels zal nooit verstommen. We worden geroepen door het lied van de vogels om onze Schepper te loven en prijzen. Laat ons loflied, dwars door alles heen, altijd blijven klinken…
