Lezen Johannes 1: 1 t/m 18:   de wegbereider van Christus
6 Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. 7 Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven.  8 Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: 13 Zij (Gods kinderen) zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.

Johannes de Doper is de wegbereider van Christus. Johannes moet Jezus aanwijzen als dé Messias. Johannes was ondertussen heel populair geworden. Iedereen  sprak over hem. Hele steden en dorpen gingen naar deze wonderlijke opwekkingsprediker die doopte in de Jordaan. De natuur was zijn kerk en de rotsblokken aan de oever van de Jordaan zijn preekstoel. De mensen die Johannes hoorden spreken waren diep onder de indruk van zijn boodschap. Hij deed het werk van een heraut, die in de naam van de Koning belangrijke Koninklijke besluiten afkondigde.

Oorspronkelijk wees de naam ‘heraut’ op een marktkooopman, die met een krachtig stemgeluid publieke aandacht moest trekken. Hij had immers een belangrijke boodschap te brengen. De ideale heraut was betrouwbaar en was de stem van zijn meester. Dat was het belangrijkste. een heraut mocht alleen het woord van zijn meester doorgeven, zonder eigen commentaar.

Johannes was een echte boeteprediker, een man die geen blad voor de mond nam. Desondanks luisterde men toch graag naar hem. Johannes kon zeggen wat hij wilde, al was het nog zo scherp en voor de mensen confronterend, ze liepen bij hem toch de kerk niet uit. Zelfs als hij hun vertelde dat hun vrome godsdienst hen niet zalig maakte en dat ze hun zonden moesten belijden bleven ze komen. De mensen bleven komen hingen ademloos aan zijn lippen.

De wegbereider van Christus bakte bepaald geen zoete broodjes en deelde ook geen complimenten uit. Johannes rukt alle maskers af, de mens moet zich niets verbeelden. Uiterlijke godsdienstigheden geeft niemand een streepje voor bij God. Het gaat om waarachtige bekering en overgave vanuit het geloof. Johannes predikt deze bekering:’Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’ Dit was de man over wie de profeet Jesaja sprak toen hij zei: ‘Een stem roept in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.’  (Matth. 3: 2,3)

De stem van de  roepende is natuurlijk de stem van God. Mensen begrijpen waarschijnlijk beter een zichtbare menselijke stem. Toch doet de mens, in dit geval Johannes er niet toe, zijn boodschap wel.  Johannes spreekt over een hele nieuwe wereld, een nieuwe samenleveing. En als er iets is waar de mens naar verlangt dan is dit het wel. Johannes predikt een betere wereld en daarom moet de mens zich bekeren. Dat voelen de mensen die naar Johannes luisteren ook wel aan. Ja, er moet een omkeer komen, bekering en verandering. Alles moet anders worden. En zo vindt Johannes bij zijn ‘kerkgangers’ een gretig gehoor. Ze staan open voor de heldere duidelijke boodschap en stemmen er mee in: natuurlijk, er wordt iets van hen verwacht.

Johannes onderstreept in vs. 13 dat het niet in de macht van de mens ligt om zich zelf op te werken tot een kind van God. Al  Gods kinderen worden uit God uit geboren. We moeten eerst Jezus aannemen,    in Zijn Naam geloven en dan beseffen waar dit Licht vandaan komt: door God naar de aarde gezonden.  Daarom hebben we kerst gevierd en hebben we het kerslied van alle tijden en plaatsen gezongen: 

Ere zij God in de hoge                            
vrede op aarde                                                      
in de mensen een welbehagen.                                  
Amen.