Lezen: Jesaja 9: 1, 5a –  Advent
1 Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen.
5a  Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven

Het einde van het jaar nadert, de dagen zijn kort. De wereldse kerstliederen klinken op de radio. Reclames en schreeuwerige folders dringen ons de commerciële kerstgedachte op. Terwijl we de heilige stilte van advent mogen ervaren. Het is juist heel waardevol om bewust stil te staan bij advent. Het gaat niet alleen om de geboorte van Jezus, maar ook om het feit dat Jezus mens is geworden voor ons. 

De eerste adventskaars is ontstoken in de kerk, de eerste adventszondag is Nieuwjaarsdag voor de kerk. Het nieuw kerkelijk jaar begint met wachten.  We beginnen dus niet met ons eigen drukke gedoe, ondanks dat de wereld ons wenkt om vooral mee te doen.  Ook wordt er niet meteen vol vreugde het kerstfeest gevierd of de overwinning van Pasen. Het nieuwe kerkelijk jaar begint met verlangen. Daarom is het goed om bij advent stil te staan. Wat betekent advent voor ons?

Met advent nemen we de tijd om na te denken over de manier waarop Jezus, naar wie het volk Israël zo intens verlangde, ons vandaag ontmoet. Advent is de tijd waarin we aandacht schenken aan de manier hoe Christus is binnengedrongen in de donkere hoeken van deze wereld, maar ook in ons eigen persoonlijk leven. We bereiden ons voor om het grote geschenk dat genade heet vast te houden in geloofsvertrouwen en ons hiervan heel bewust te zijn, wat de wereld ook mag beweren.  Want die hele wereld is een chaos, de mens heeft er een puinhoop van gemaakt. We verlangen naar het moment dat God alle dingen herstelt en alles heelt. Jesaja profeteert: ’Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen.

In wat voor opzicht wonen wij in het donker?  In de Bijbel verwijst het woord ‘duisternis’ naar het kwaad, maar ook naar onwetendheid.  Het duister betekent in de eerste plaats dat de wereld vol is met kwaad en met een groot lijden, hoeveel lichtjes er nu ook branden, en hoe gezellig alles ook lijkt.  Ook toen Jezus werd geboren was er ook van alles aan de hand: geweld, onrecht, machtsmisbruik, ook toen waren er mensen dakloos, waren er vluchtelingen die vluchtten voor onderdrukking. Waren er gezinnen die uiteen werden gedrukt. Was er een peilloos verdriet.  Het klinkt als de dag van vandaag:  er is niets nieuws onder de zon, om met Prediker te spreken. De geschiedenis zal zich altijd herhalen.
 
Advent is daarom een uitnodiging om op een realistische manier naar het leven te kijken, maar óók om te beseffen dat we door een helder licht worden beschenen.  Er staat niet dat uit de wereld een licht is voortgekomen,  Jesaja schrijft dat de wereld door een helder licht wordt beschenen.  Er is licht buiten deze wereld, en Jezus heeft dit licht gebracht. Sterker nog: Hij ís het licht. 

Maar hoe kan het licht van Jezus ons licht worden?  Jesaja is heel duidelijk: een Zoon is ons gegeven! Het is een geschenk. Het licht van Jezus kan alleen maar van ons zijn, als we ook bereid zijn om het geschenk te ontvangen. Als we vertrouwen op het werk van Christus in plaats van op onze eigen inspanningen, dan neemt God ons als Zijn kinderen aan, en plant Hij Zijn Geest in ons hart om ons van binnenuit te vernieuwen. Het licht gaat branden in ons hart, het geeft ons leven, waarheid en vreugde. Wel zullen we de touwtjes van ons leven uit handen moeten geven. Dat is dieper afdalen dan we misschien zouden willen, maar de grootheid van Jezus werd zichtbaar toen Hij aan het kruis stierf en het helemaal donker werd.  Het Licht van de wereld daalde af in de duisternis om ons naar Gods Licht te leiden. Dáárom heeft advent alles te maken met een volhardend geloof en daarin mogen we elkaar bemoedigen tijdens deze adventsperiode.