Lezen: Johannes 21: 1 t/m 18  – Petrus in ere hersteld
15 Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’ Hij zei: ‘Weid Mijn lammeren.’16 Nog eens vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?’ Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’ Jezus zei: ‘Hoed Mijn schapen,’ 17 en voor de derde maal vroeg Hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van Me?’ Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield. Hij zei: ‘Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.’ Jezus zei: ‘Weid Mijn schapen.

Er staat een Man aan de oever van het meer,  het is Jezus. Hij heeft de discipelen een wonderlijke opdracht gegeven om het net aan de rechterzijde van het schip te werpen en met resultaat. In eigen kracht hadden ze niets gevangen maar in opdracht van Jezus hebben ze heel veel vis gevangen. Dat kan maar één ding betekenen: in Gods kracht en in gehoorzaamheid aan Zijn Woord ligt Zijn zegen.  Stil hebben de discipelen na de visvangst met Jezus de maaltijd gebruikt. Ook Petrus, die anders nogal vrijmoedig was, hield zijn mond. Ongetwijfeld gaat er veel door Petrus heen.

Jezus verbreekt de stilte en richt zich tot Petrus. Niks geen felle verwijten. Alles ademt de goedertierenheid van God. Er vallen geen harde woorden. Dan klinkt Jezus’ stem: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Mij lief, meer dan de anderen hier?’  Simon! Au, dat doet zeer. De oude naam. Er is een tijd geweest dat Jezus de oude naam van Simon heeft doorgestreept. Jouw naam zal niet niet meer Simon zijn, maar Petrus.  Petrus wat ‘rots’ betekent. Op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen. Wat zal het een pijn hebben gedaan dat Jezus Petrus weer Simon noemt. Jezus wijst hem op zijn afkomst, op zijn geboortenaam, op wie hij zelf is. Aan de ene kant is het confronterend, aan de andere kant boordevol troost. Natuurlijk wist Jezus dat Petrus spijt had van zijn verloochening.  Jezus blijft trouw en laat nu zien dat Hij zondaars opzoekt, Hij treedt als Middelaar op. Met Zijn vraag legt Jezus de vinger op de zere plek. ‘ Simon, denk je nu nog steeds dat je Mij meer liefhebt dan anderen?  Petrus buigt het hoofd, voelt zich onwaardig en zegt: ‘‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’  Opvallend is dat Petrus de woorden ‘meer dan anderen’ weglaat. Dit antwoord betekent in het leven van Petrus een ommekeer, hij voelt zich niet meer meer anderen, is geen haantje de voorste meer. Iedereen mag er zijn, ook de ander!

Jezus herhaalt Zijn vraag: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?’  Nu laat Jezus ook de woorden ‘meer dan anderen’  weg.  Simon, weet je het zeker, sta je niet meer boven de anderen? Simon, heb je Mij lief náást de anderen, die Mij niet verloochend hebben?  Petrus is veranderd, is niet hoogmoedig meer.  Petrus is een mens met een gebroken hart. Opnieuw klinkt heel schuchter en klein het antwoord van Petrus: ‘‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd. U weet toch dat ik U niet kan missen?’

Jezus stelt de vraag voor de derde keer. Voor de derde keer gebruikt Jezus het woord ‘liefhebben’, het is het Griekse woord voor een band van vriendschap en genegenheid. Petrus word verdrietig, zijn hart huilt. Gelooft Jezus hem dan niet? Tot driemaal toe herinnert Jezus Petrus pijnlijk aan zijn verloochening.  Weet Jezus dan niet dat hij Hem liefheeft? Petrus beroept zich op de alwetendheid van Jezus en zegt: ‘U weet alles! Kijk maar in mijn hart. U hebt toch Zelf deze liefde in mijn hart gelegd en beantwoord?’  Petrus heeft geen grote woorden meer en belijdt. U weet alles!  En dat werkt zo bevrijdend dat Jezus alles weet. Jezus  herstelt Petrus op eervolle wijze voor zijn taak, hij moet bouwen aan Gods gemeente op aarde. Jezus steekt genaderijk een hand naar Petrus uit en ook naar ons…