Lezen: Genesis 19: 1 t/m 38 Abraham dl. 9: De aarzeling van Lot
14 Lot ging naar zijn schoonzoons, de mannen die met zijn dochters zouden trouwen, en zei tegen hen: ‘Vlug, weg uit deze stad, want de HEER gaat haar verwoesten.’ Maar zijn schoonzoons namen hem niet serieus. 15 Zodra het licht begon te worden zetten de engelen Lot aan tot spoed: ‘Vlug, ga hier weg met uw vrouw en uw twee dochters, anders komt u om vanwege de misdrijven die in deze stad zijn begaan.’ 16 Toen Lot aarzelde, grepen de mannen hem en zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand, omdat de HEER hem wilde sparen, en ze trokken hem mee de stad uit.
Het is een indringend hoofdstuk. Het is al een tijd geleden dat we iets van Lot hebben gehoord. De laatste keer was toen de veestapel van Abraham en Lot te groot werd en dat Lot mocht kiezen waar hij wilde wonen. (Gen.13). Lot koos en sloeg zijn tenten op bij Sodom en even later woonde hij in Sodom (Gen. 14). Lot is volledig ingeburgerd, niet in één keer, maar geleidelijk aan, steeds meer losgeweekt van Abraham. Lot zit in de stadspoort, de plek waar hij samen met de leiders van de stad vergadert.
Evenals Abraham krijgt ook Lot bezoek, terwijl hij nog in de stadspoort zit. Maar er een verschil in beide bezoeken. Abraham kreeg overdag bezoek, terwijl Lot ’s avonds bezoek krijgt. Abraham biedt een maaltijd, en de gasten vinden dat goed. Lot biedt een slaapplaats aan, maar de gasten weigeren. We proeven de terughoudend van de hemelse gasten. Maar na lang aandringen gaan ze het huis van Lot binnen. Vervolgens is er nog een groot verschil: Abraham wordt omringd door de aanwezigheid van God en Abraham beseft dit. Lot wordt omringd door een uitzinnige losgeslagen menigte die graag willen weten wie de gasten zijn die Lot mee heeft genomen naar huis.
Lot probeert zo goed en kwaad ze te sussen, noemt de mannen van de stad vrienden en biedt hen schaamteloos zijn dochters aan. Terwijl Lot toenadering zoekt bij zijn zogenaamde vrienden, nemen zij juist afstand en herinneren Lot aan het feit dat hij een zwerver was, een vreemdeling. De gasten grijpen in en treffen de wilde mannen met blindheid. De gasten leggen uit dat Sodom wordt verwoest en waarschuwen: Maak dat je wegkomt, samen met je familie, de stad wordt verwoest. Het is triest en zeer verdrietig dat zijn schoonzoons hem niet serieus nemen.
Terwijl de gasten aandringen dat Lot moet vertrekken, aarzelde Lot. Wat gebeurt hier? Waarom aarzelt Lot? Het is het moment van waarheid voor Lot. Blijft hij vasthouden aan het leven in Sodom of durft hij los te laten. Op de een of andere manier is er iets wat Lot raakt zodat hij twijfelt. Ondanks alle ellende, vuiligheid en goddeloosheid heeft hij toch zijn hart verloren aan Sodom. Je zou Lot ook naief kunnen noemen. Hij is in levensgevaar en hij ziet het niet eens. Denkt hij nu echt niet aan de concequenties? Of heeft Lot gewoon zijn geweten uitgeschakeld? Denkt hij nog wel aan oom Abraham? Leeft hij ten diepste zonder God? Waarom dat Lot aarzelde is niet te verklaren.
Petrus schrijft later in zijn brief: 2 Petrus 2: 7Ook Sodom en Gomorra heeft Hij tot vernietiging veroordeeld, Hij heeft die steden in de as gelegd en ze daarmee ten voorbeeld gesteld aan alle goddelozen van latere tijden. 7 Maar Lot, die rechtvaardig was en zwaar leed onder de losbandige levenswandel van die wettelozen, redde Hij. 8 Deze rechtvaardige woonde in hun midden; dag in dag uit werd zijn rechtschapen ziel gekweld wanneer hij hoorde en zag hoe ze zich aan God noch gebod stoorden.
Lot wordt door Petrus een rechtvaardige genoemd, dus niet een goddeloze, maar een rechtvaardige die helemaal meegezogen en afgestomd werd door de goddeloosheid om hem heen. Al komt Lot niet geloofwaardig over, het bekende ‘geloof als een mosterdzaadje’ is toch achtergebleven in het hart van Lot en hij wordt gered terwijl Sodom wordt verwoest. Het verdriet raakt hem persoonlijk, want zijn vrouw wordt door ongehoorzaamheid niet gered. Lot werd geroepen, en God roept, ook u!
