Lezen: Mattheüs 5:  10 t/m 13 – De Bergrede  dl.6
10 Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.

Het is heel bijzonder dat deze zaligspreking volgt op die van de vredestichters (brief 22 mei). Jezus waarschuwt dat als je vrede sticht, dit ook gevolgen kan hebben. En dat is moeilijk om te begrijpen.
Afgelopen zondag was het de zondag van de vervolgde kerk. Wereldwijd zijn 365 miljoen christenen niet vrij om in Jezus  te geloven. Ze worden achtergesteld, gevangengezet of zelfs gedood. Een verwoeste kerk in Syrië, een groep geheime gelovigen in Noord-Korea of een gelovig gezin in Nigeria.
Maar wij kunnen in alle vrijheid iedere zondag samenkomen en iedere dag van de week vrijuit spreken over ons geloof. Iedereen mag zien dat wij Jezus willen volgen zonder dat het vanuit de maatschappij gevolgen heeft. In Nederland zijn we tolerant geworden. We kunnen in ieder geval niet van vervolging spreken. Maar toch is het opvallend dat we tegenstand ondervinden wanneer wij de vrede in verband brengen met God. Wereldvrede heeft niets met God te maken, zeggen de mensen die Jezus niet volgen.

En nu brengt Jezus de gerechtigheid naar voren. Als we dit beperken tot sociale gerechtigheid dan zal niemand ons lastig vallen, integendeel, het zal worden gewaardeerd. Maar zodra we zeggen dat gerechtigheid alleen van God kan komen, dán krijgen we tegenstand. Maar desondanks zegt Jezus dat we zalig zijn als we om de gerechtigheid zullen worden vervolgd of tegenstand ondervinden.
In het leven van iedere gelovige zal duidelijker moeten zijn dat God onze vrede en gerechtigheid is. Daarom moeten we God zoeken en daar moet in ons leven de nadruk op liggen, dan zullen vrede en gerechtigheid het gevolg zijn. Niet in maatschappelijke zin, maar de hemel zal veel werkelijker voor ons worden, want we komen onder de hoede van God.  Want van hen (ons) is het Koninkrijk der hemelen.  Daar begon ook de eerste zaligspreking mee. Nu wordt het opnieuw gezegd en het betekent nóg meer dan bij de eerste keer. Het is een verlangen naar meer. En dat meer komt tot uitdrukking in de laatste zaligspreking.

11 Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. 12 Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn.

Het is een zegen dat wij niet worden vervolgd. De vrijheid die wij hier genieten is zo groot, dat we alert moeten blijven dat onze toewijding aan God niet verslapt. In landen waar vervolging heerst, is alles veel meer zwart-wit. Daar is het heel duidelijk aan welke kant iemand staat. Hier is alles wat grijzer. De vraag blijft open in hoeverre we echt toegewijd zijn. In ons land veranderen de normen en de waarden, en hoeveel geven we daar zelf aan toe?  Dit kan een valkuil zijn.
Hoeveel Christus ons waard is komt in ons leven aan de orde. Heel duidelijk spreekt Jezus; ‘om Mijnentwil’.  Bij heel veel dingen die we doen moeten we, keer op keer voor ons zelf de vraag stellen:  Is het wat ik doe, zeg, of juist nalaat, om Zijnentwil?
Als het om ‘Jezus wil’  is, dan mogen we ons verblijden en verheugen, want onze loon is groot in de hemelen.  Dat wisten we, want Gods kinderen zijn immers het loon van het werk van Jezus op aarde.
In de tweede zaligspreking werd gesproken over ‘treuren’,  maar nu gaat het over verblijden en verheugen. Dat betekent dat geestelijke blijdschap niet afhankelijk is van de omstandigheden. Het is de vrucht die de Geest ons wil geven. We vieren immers Pinksterfeest totdat Jezus terugkomt op de wolken. Gods Geest blijft op aarde tot die dag…, … en wat een feest zal dat zijn!