Lezen: Ruth 2
1 Nu was Noömi van de kant van haar echtgenoot Elimelech verwant aan een belangrijk man, die Boaz heette.2 Ruth, de Moabitische, zei tegen Noömi: ‘Ik zou graag naar het land willen gaan om aren te lezen bij iemand die me dat toestaat.’ Noömi antwoordde: ‘Doe dat maar, mijn dochter.’
Hoofdstuk 2 opent met de introductie van de man die het leven van Ruth en Naomi zou veranderen. Boaz wordt voorgesteld als een belangrijk man. De naam Boaz betekent: ‘snelle of sterkte’. We krijgen de indruk dat hij vrijgezel is. Nergens lezen we dat Boaz een vrouw of kinderen had. Boaz is de zoon van Salmon en Rachab. (Matth. 1:5). Rachab wordt in Jozua 2 genoemd. Blijkbaar werd deze prostituee opgenomen in het volk Israël en trouwde zij met Salmon. Boaz was een nakomeling van een van de stammen van Kanaän, waarvan God had bevolen, dat zij allemaal uitgeroeid moesten worden.
Maar dankzij het geloof en moed van zijn moeder Rachab, is Boaz toch geboren. Met heidense wortels en een moeder die bekend stond als een prostituee heeft Boaz in Israël het waarschijnlijk niet gemakkelijk gehad. Hij was zelf een vreemdeling onder het volk van God, zoals Ruth als vreemdeling haar toevlucht kwam zoeken in Israël. Hoewel de afkomst van Boaz allerminst voordelig was, was Boaz er in geslaagd om een succesvol ondernemer te worden. Hij was een welgestelde landbouwer, met slaven die voor hem werkten op de gerst – en tarwevelden. Zowel mannen als vrouwen.
Boaz is anders dan andere boeren. Wanneer Boaz op zijn landerijen buiten Bethlehem betreedt is het eerste wat hij tegen zijn maaiers zegt: ‘De Heere zij met u’. Met de woorden ‘De Heere zegene u’, werd Boaz teruggegroet. Hij eerbiedigt de wet van God, ondanks dat de helft van zijn wortels in het heidendom liggen. Ongetwijfeld wist Boaz wat in de boeken van Mozes stond geschreven:
Deuteronomium 24: 19 Wanneer u bij de graanoogst op de akker een schoof vergeet, mag u niet teruggaan om die op te halen. Laat hem achter voor de vreemdelingen, weduwen en wezen. De HEER, uw God, zal u erom zegenen in alles wat u onderneemt.
Ruth is welkom om op het land van Boaz. Maar Boaz is ook een man van vlees en bloed. Hij is nieuwsgierig naar Ruth en is onder de indruk. Het verhaal van haar zelfopofferende liefde had de ronde gedaan. Plotseling bevinden we ons in een Oudtestamentische versie van ‘Boer zoekt vrouw’. Vanaf dat moment bevindt de geschiedenis van Ruth zich op twee niveaus: aan de ene kant het romantische verhaal van een onmogelijke liefde tussen een schatrijke ondernemer en een mooie, jonge vluchtelingenweduwe en aan de andere kant de wijze waarop God een geslachtslijn schept waardoor uiteindelijk de hele wereld zal worden verlost.
Boaz wisselt zijn eerste woorden met Ruth. In een paar zinnen biedt hij haar uitzicht. Niet voor even, maar voor de komende tijd. Tot aan het eind van de oogst mag zij op de velden van Boaz blijven. Boaz biedt niet alleen vastigheid, maar ook veiligheid. Letterlijk staat er dat de knechten van Boaz Ruth niet aan mogen raken. Boaz wacht niet af tot er misschien een incident plaats zou vinden.
Zegen op zegen stort Boaz over Ruth uit. Ze krijgt een baan, bescherming, voedsel en drinken zoveel ze wil. Bovendien moeten de knechten zelfs hele halmen onopvallend expres laten vallen. Die dag vol ‘ongelukjes’ resulteert dat Ruth met een efa (=22 tot 30 liter) gerst naar huis kan.
Hoofdstuk 2 begint, behalve met Boaz, óók met het initiatief van Ruth. Zij combineert initiatief met afhankelijkheid van Gods leiding, hard werken met vertrouwen op God. Ruth laat haar geloof zien. Het is duidelijk dat Ruth en Boaz elkaars hart weten te beroeren. Boaz zegt tegen Ruth: ‘Moge de HEER je daarvoor rijkelijk belonen – de HEER, de God van Israël, onder wiens vleugels je een toevlucht hebt gezocht.’ Met deze woorden opent Boaz een prachtig beeld van het schuilen bij God. En vanzelfsprekend mogen wij Ruth daarin volgen.
