Lezen: Johannes 18: 1 t/m 11 – het oor van Malchus
10 Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de knecht van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af; Malchus heette die knecht. 11 Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. Zou Ik de beker die de Vader Mij gegeven heeft niet drinken?’

We hebben er misschien meer dan eens over heen gelezen: tussen al die heftige gebeurtenissen rond de gevangenneming van Jezus staat het er opeens: Simon Petrus trok het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de knecht van de hogepriester en sloeg Makchus zijn rechteroor af.  Voor mannen in Galilea was het niet ongewoon om een zwaard te dragen om een dier te slachten of, indien nodig, zichzelf te verdedigen of iemand anders.  Bovendien Petrus had het zelf ook gezegd, toen Jezus vertelde dat Hij moest lijden en sterven.  Dat zal U zeker niet gebeuren. (Math.16)  Petrus houdt nu tenminste woord. Het zwaard flitst door de lucht en het oor van Malchus ligt op de grond. We weten weinig van Malchus. Zijn naam wordt alleen genoemd in het Johannes evangelie. Malchus was een persoonlijke knecht van hogepriester Kajafas en heeft de opdracht gekregen om Jezus gevangen te nemen. Mogelijk had Malchus, omdat hij een persoonlijke knecht is van Kajafas, de leiding in het hele gebeuren.

Natuurlijk begrijpen we van Petrus de impulsieve daad van verzet tegen het optreden van de soldaten. Maar Jezus denkt daar heel anders over. Matheüs schrijft  uitgebreid over de reactie van Jezus:   Math. 26: 52 Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen. 54  Maar hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, waar staat dat het zo moet gebeuren?

Jezus bedoelt het niet een als belofte, gebod of wet, dat wie letterlijk een zwaard aanraakt, automatisch ook door het zwaard om het leven komt.  Jezus wil Petrus, en iedereen uitleg geven hoe het nu werkelijk zit. Wat Petrus in de 1e plaats verkeerd doet is dat hij het koninkrijk van God met geweld wil verdedigen en tot stand wil brengen.  Jezus leert hem en ons dat dit niet kan. ‘Niet door kracht of door geweld maar door Mijn Geest zal het geschieden’ zegt God  in Zacharia 4: 6

Gods koninkrijk komt niet tot stand door het zwaard, maar door de verkondiging van het evangelie.. Gods koninkrijk komt niet door geweld tot stand,  maar door het bloed van Christus.  Stel je nou eens voor, dat Jezus het zwaard een prima plan vond.  Vast en zeker had Petrus hulp gekregen van de andere discipelen, misschien waren alle soldaten op de vlucht geslagen.  Maar dat zou wel een streep door het kruis van Christus betekenen. Dan is niet alleen Malchus  de dupe, maar zijn wij allemaal de dupe. Dan zou er geen verzoening meer zijn en de relatie tussen God en de mens niet zijn hersteld.  Dan zou het heilsplan van God op losse schroeven komen te staan en stond nog steeds de zonde hoog op onze schuldenlijst in plaats van de genade van God. Daarom is het afwijzen van het zwaard door Jezus van onschatbare waarde voor het leven van Gods kinderen, Zijn gemeente en kerk.

Ondertussen ligt het oor van Malchus nog op de grond of eigenlijk: de oorschelp.  Zijn gezicht zal  lelijk geschonden zijn geweest. En wat doet Jezus?  Lukas meldt nauwkeurig dat Jezus de oorschelp aanraakt, oppakt en de knecht geneest. Vele keren heeft Jezus een wonder gedaan. Nu Hij Zijn leven wil geven doet Hij het nog een keer.  Maar Jezus doet geen wonder zonder betekenis.  Als Jezus een wonder doet, dan hoort dat bij Zijn werk op aarde: alles wat gebroken en geschonden is herstellen! Malchus’ naam wordt in de Bijbel nergens meer genoemd, maar ongetwijfeld heeft zijn ontmoeting met Jezus een diepe indruk op hem gemaakt. Evenals Jezus ook een diepe indruk op ons maakt…

Volgende week 3 april : Petrus in ere hersteld