Lezen: Genesis 23, Gen. 25: 1 t/m 11: Abraham dl. 13: Slot
1 Sara leefde honderdzevenentwintig jaar. 2-3 Ze stierf in Kirjat-Arba, het huidige Hebron, in Kanaän. Nadat Abraham bij zijn overleden vrouw had gerouwd en haar had beweend, stond hij op, vertrok en wendde zich tot de Hethieten. Hij zei: 4 ‘Ik woon maar als vreemdeling bij u. Geeft u mij hier een eigen graf, dan kan ik mijn overleden vrouw uitdragen en begraven.’

Abrahams reis is bijna ten einde. We zagen Abraham op zijn best en op zijn slechtst. Genesis 23 vertelt het levenseinde van Sara. Wat opvallend is dat in twee verzen de lezer informatie krijgt rond haar overlijden, terwijl er achtien verzen nodig zijn hoe Abraham de grond waarin Sara wordt begraven in bezit krijgt. Dit lijkt niet in balans, alsof Sara niet belangrijk is.  Echter het tegenovergestelde is het geval. Sara is de enige vrouw in de Bijbel van wie de leeftijd wordt genoemd bij het overlijden: 127 jaar.  Dit is een bijzonder getal. In Gen. 6:3 wordt de maximale leeftijd van de mens door God vastgesteld op 120 jaar. Sara heeft iedere dag van die 120 jaar geleefd, plus nog eens 7 jaar extra. Zeven is het getal van de volheid. Je zou kunnen zeggen dat Sara niet alleen haar dagen heeft volgemaakt, maar ook een vol leven heeft geleid.

Maar omdat juist Sara de moeder is van het Isaak, het kind van de belofte, en de eerste van deze familie is die overlijdt is het een belangrijke vraag voor haar nakomelingen waar zij begraven wordt.  Het is ook een pijnlijke vraag, want na een leven lang reizen en vertrouwen op God heeft Abraham na al die tijd nog geen land. En geen land betekent geen plek om Sara te begraven.

Abraham bevindt zich in een kwetsbare positie en  maakt zich klein voor de Hethieten, terwijl de Hethieten hem groot maken. ‘Vreemdeling? Ach nee, hoe komt u daar nu toch bij, u bent een vorst van God!’ Kies maar uit, u krijgt het cadeau van ons.’  Dat lijkt heel erg aardig, maar dat is het niet. Iets wat cadeau wordt gegeven, kan namelijk ook weer teruggevorderd worden. Indirect laten de mannen hiermee weten dat ze er helemaal niet op zitten te wachten om hun grond kwijt te raken. Abraham buigt diep en vraagt of ze Efron willen vragen hem de grot van Machpela af te staan. Hij erkent door zijn buiging de Hethieten als ‘volk van het land’: zij zijn vrije burgers, in bezit van land. Abraham is bescheiden, laten de Hethieten Efron maar vragen.

Maar die bewuste Efron schijnt gewoon aanwezig te zijn en hij ziet wel mogelijkheden met de kwetsbare Abraham. Efron zegt luid, zodat iedereen hem kan horen, dat hij Abraham het hele veld inclusief de spelonk aan Abraham wil geven. Steeds wordt er over geven gesproken, maar er wordt geen geven bedoeld.  Abraham maakt opnieuw een diepe buiging en smeekt Efron het veld te verkopen. ‘Neem mijn geld aan!’  Efron laat weten dat geld niets betekent voor hem of Abraham, beide zijn immers rijk. Toch noemt Efron een bedrag: 400 sjekel zilver. Het is een gigantisch hoog bedrag, zeker als Jeremia (32:9) slechts 17 sikkels betaald voor een veld.  Abraham gaat hier serieus op in en weegt de hoeveelheid zilver af ten overstaan van de Hethieten die in de stadspoort aanwezig waren.  Het veld is van Abraham, hij kan zijn vrouw begraven. 

Tenslotte komt er ook een einde aan het leven van Abraham, maar niet voordat hij Ketura als  vrouw had genomen. Maar liefst zes kinderen krijgen ze samen. De aanwezigheid van Ketura en haar zonen onderstreept dat Abraham werkelijk de vader van vele volken is geworden. Op het levenseinde van Abraham volgt meteen een geslachtsregister. Het onderstreept dat het leven van Abraham een deel is van een groter plan. Het leven van Abraham stopt, maar het plan van God gaat verder. 

Het laatste wat we van Abraham leren is dat onze levens niet op zichzelf staan. Gods missie overstijgt ook ons leven. Wij mogen een rol spelen, een plekje innemen in Gods plan, om vervolgens plaats te maken voor de volgende generatie, want God roept, niet alleen ons, maar ook hen die na ons komen, totdat Jezus terugkomt op de wolken.