Lezen Johannes 15: 1 t/m 8 serie ‘Ik ben’ dl. 7
1 Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de Landman.2 Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage.
5 k ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.
Het beeld dat Jezus hier gebruikt is het heerlijk beeld van weelde in Israël. De wijnstok en de ranken, met zware druiventrossen waren het teken van de goedheid van God voor Zijn volk. Daarom werd dit beeld gebruikt om geestelijke duidelijk te maken. Eigenlijk kunnen wij hier in Nederland ons er geen voorstelling maken van de weelde van een wijnstok. We kennen hier wel de schrale takjes die lang muren geleid worden, vaak overvallen door de kou of de vele regen, wat resulteert in kleine trosjes die nog niet helemaal uitgegroeid zijn. Al groeien de wijnstokken in de kassen wel beter.
We denken aan het verhaal van de verspieders: ‘Daarna kwamen zij aan in het dal Eskol en sneden daar een rank af met één tros druiven, die zij met zijn tweeën aan een draagstok moesten dragen ( Num 13: 23)’. We moeten denken aan tros druiven met een gewicht van ten minste vijf á zes kilo, maar misschien nog wel meer. Het is het beeld van rijkdom en weelde.
In de NBG ‘ 51 wordt gesproken over een Landman. De Landman draagt zorg voor de ranken. Ranken zijn buigzame zwakke holle pijpjes die als taak hebben om uit de wijnstok het sap op te zuigen en ze moeten het gewicht van de trossen dragen. De druiventrossen hangen niet aan sterk hout zoals de vruchten bij andere bomen, maar ze hangen aan zwakke ranken. En wat doet de Landman? Iedere dag is Hij aan het werk, want Hij ziet ranken die geen vrucht dragen.
De sappen, die uit de wijnstok worden getrokken, dienen dus niet om de ranken te voeden of te doen groeien. Want de ranken moeten niet weelderig zijn, maar de trossen! Maar stel, als een wijngaardenier dit sap zou gebruiken voor de ranken, dan ontstaat er weelderig hout met sierlijke krullen, draden en slingers. En dat is niet de bedoeling. Al die weelderige ranken kunnen geen vruchten dragen, die neemt de Landman weg. Daar heeft Hij geen mes voor nodig, de aanhechtig is zwak. Zonder geweld neemt de Landman deze ranken weg. En de ranken die wél vrucht dragen? Laat Hij die hangen? Is dat helemaal in orde? Nee, de Landman wil dat ze méér vrucht dragen, dus snijdt Hij datgene af zodat het meer vrucht kan dragen.
Dat is, vertelt Jezus, het beeld van wat Zijn Vader doet. Iedereen die met Jezus verbonden is, wordt met een rank vergeleken. En zoals er twee soorten ranken zijn, zo zijn er ook twee soorten volgelingen. Evenals er ranken zijn die geen vrucht dragen, zo zijn er ook volgelingen van Jezus die geen vrucht dragen. Met dergelijke volgelingen maakt de Vader korte metten: Hij neemt hen allen weg. Zij zijn geen echte leerlingen. Het geloof wordt immers uit vruchten herkend. Het is goed mogelijk, dat Jezus op deze manier een toespeling maakte op Zijn verrader Judas Iskariot.
De volgelingen zijn die wél vrucht dragen, die worden gesnoeid. Daarmee wordt bedoeld dat alles wat het vrucht dragen belemmert, weggenomen wordt. Dit snoeien wordt ook wel zuiveren genoemd en gebeurt o.a. door Gods Woord en door de Heilige Geest.
Tegelijkertijd zijn de ranken het beeld van Christus en Zijn kerk. Zijn volgelingen zullen het evangelie verkondigen over noord, zuid, oost en west. De wingerd zal zich uitbreiden over de hele wereld en alle gelovigen zullen gevoed worden door die éne Wijnstok, evenals wij gevoed worden door Gods Woord en Zijn beloften…
