Lezen: Filippenzen 2: 13 t/m 15 a De schepping 2: De regenworm
13 want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen. 14 Doe alle dingen zonder morren en meningsverschillen, 15a opdat u onberispelijk en oprecht zult zijn, kinderen van God,…
Als we heel eerlijk zijn dan roepen kleine beestjes geen warme gevoelens bij ons op. Lieveheersbeestjes, vlinders en bijen hebben onze sympathie, maar we begrijpen niet waarom Noach twee muggen of twee zoemende vliegen mee heeft genomen in de ark. Daarom is het is tijd om ons eens te verdiepen in het rijk van de kleine beestjes, zoals bijv. de regenworm, in onze ogen een nietig glibberig beestje.
Regenwormen ademen door de huid en leven daarom op vochtige plaatsen in de bodem. Een reisje boven de grond is alleen veilig na een heerlijke regenbui. Eigenlijk is een regenworm niet mee dan kruipende buisje vol vocht, met aan de voorkant een mond en aan de achterkant een anus. Hun manier van voortbewegen is het resultaat van kringspieren, lengtespieren en intrekbare borsteltjes. Door steeds de samentrekkingen van kring – en lengtespieren legt hij hele afstanden af, zo’n 36 meter per uur. Op deze manier graaft hij tunnels door de aarde en wordt de lucht in de bodem ververst. Als een zuigertje trekt hij oude lucht achter zich aan wanneer hij ’s nachts een tunnel naar boven graaft. Wanneer hij bovengronds zijn voedsel verzamelt en mee naar beneden neemt, trekt hij ook verse lucht mee. Met andere woorden, een regenworm zorgt ervoor dat de wortels van de planten beter kunnen ademen.
Regenwormen zijn ook geweldige compostmakers. Iedere dag eten ze ongeveer hun eigen lichaamsgewicht aan organisch materiaal, zoals rottende plantenresten en dode schimmels. Regenwormen zijn prachtig geschapen: ze hebben geen tanden en ook geen maag die zich krampachtig samentrekt. De vraag is hoe kunnen ze al dat voedsel verteren? Heel eenvoudig: ze eten ook zand en grind, en dan lukt het ze om het voedsel te vermalen om het uieindelijk als fijne poep uit te scheiden. Een regenworm kan per jaar 4,5 kg uitwerpselen produceren. Onderzoek heeft uitgewezen dat verse wormenpoep rijk is aan stikstof, fosfaat en kalium. Ze zijn dus heel belangrijk voor een gezonde bodem.
Maar wat heeft een regenworm nu met ons geloof te maken? Dat is een interessante en leuke vraag. Zoals God een regenworm een zinvol bestaan heeft gegeven, heeft Hij ons ook een zinvol leven gegeven hier op aarde. Wanneer we naar de regenworm kijken, mogen we op onze beurt tevreden zijn met de taak die ons gegeven is. De regenworm is zo eenvoudig, we verwachten weinig van hem, het enige wat hij doet is eten en poepen. Ook heeft een regenworm geen pootjes of vleugeltjes, hij kan alleen maar door de aarde kruipen, en tóch is hij in al zijn eenvoud van onschatbare waarde voor de bodem. De regenworm leert ons dat we ons zelf mogen zijn. Want God weet precies hoe we zijn, en als wij de talenten gebruiken die God ons geeft dan kunnen we tot zegen zijn voor anderen. Natuurlijk maken we fouten, maar God kiest er desondanks voor om ons in te zetten. We mogen ons er niet van laten weerhouden door de gedachte dat we niet goed genoeg zijn. God laat Zich niet tegenhouden door onze tekortkomingen, want als God iets van ons vraagt, zal Hij ons altijd geven wat we nodig hebben: namelijk het verlangen in ons hart en het talent dat nodig is om het werk uit te voeren.
Het enige wat wij moeten doen, is luisteren naar het verlangen dat in ons hart is gelegd. Jezus heeft op aarde de gelijkenis van de talenten verteld (Math.25) en spoort ons aan om te trouw te zijn in hetgeen wat God van ons vraagt. Een regenworm vervult zijn taak in Gods schepping, zonder ophef. We hebben nog nooit een tegenstribbelende regenworm gezien. Zo mogen ook wij onze taak, als dienstknecht, vervullen in Gods Schepping op aarde, omdat we elkaar tot zegen mogen zijn.
