Lezen: Genesis 14: 1 t/m 24 Abraham dl. 4: Gods zegen
1 Toen Amrafel koning van Sinear was, Arjoch koning van Ellasar, Kedorlaomer koning van Elam en Tidal koning van Goïm, 2 brak er oorlog uit tussen hen en koning Bera van Sodom, koning Birsa van Gomorra, koning Sinab van Adma, koning Semeber van Seboïm en de koning van Bela, het huidige Soar.’ 11 Hun tegenstanders maakten alles buit wat de inwoners van Sodom en Gomorra bezaten, ook hun hele voedselvoorraad. Daarna trokken ze weg. 12 Ook Lot, de zoon van Abrams broer, voerden ze weg, met al zijn bezittingen; Lot woonde namelijk in Sodom.
Wat moeten we met Genesis 14? We worden overspoeld met namen van koningen en plaatsen die ons weinig zeggen. Toch staat Genesis 14 in de Bijbel en dat is niet zomaar. We lezen namelijk over de allereerste oorlog en we zien een totaal andere kant van Abram, die zich opeens laat zien als een aanvoerder van een soort burgerleger. We maken kennis met koning Bera van Sodom en met koning Birsa van Gomorra. Tussen de beide heren brak oorlog uit. Opmerkelijk is dat de naam Bera kwaad betekent en de naam Birsa slecht. Dat zet een mens toch aan het denken.
We zijn nu vier weken onderweg met Abram, we hebben gemerkt dat het hele verhaal niet alleen om Abram gaat, het gaat ook over de God van Abram, Die betrokken is bij het hele wereldgebeuren.
Ook onze reis is altijd ingelijfd in een grotere gebeuren. We hebben het decor van familie, kerk en gemeente, eigen woonplaats, land, en tenslotte de wereld. Dit is allemaal bepalend hoe wij worden gevormd. Alles is met elkaar verbonden. Een oorlog van tweeduizend kilometer verder op betekent dat bijv. de benzine duurder wordt. We zijn altijd verweven en een onderdeel van een groter geheel.
In Genesis 14 maken we kennis met de wereld van Abram waarin machtige koningen in opstand komen, alles plunderen en lokale bewoners gevangen nemen. Ook Lot, want hij woonde in Sodom.
Om dit feit raakt Adam betrokken bij deze oorlog. Zijn neef is in gevaar! Dit werd door een vluchteling aan Abram gemeld, die bij de eiken van de Amoriet Mamre woonde, de broer van Eskol en Aner; Mamre en zijn broers hadden met de Hebreeër Abram een bondgenootschap gesloten. Ah, dat is fijn, een bondgenootschap, ieder gelovig mens heeft bondgenoten nodig.
De vraag is hoe Abram reageert. Komt hij in actie of trekt hij zich terug? Lot heeft er immers zelf voor gekozen om in Sodom te gaan wonen. Dit is toch niet de verantwoordelijkheid van Abram. Bovendien het is gevaarlijk en de risico is groot. Laat Lot het zelf maar oplossen!
Hoe reageert een mens als hij verwikkeld raakt in het web van het wereldgebeuren? Misschien denken we dat we niet de hele wereld op onze schouders kunnen nemen. Het goede nieuws is: dat hoeven we niet, we kunnen niet alle problemen oplossen. Toch zijn er kruispunten en kansen waarin we de gelegenheid krijgen om daadwerkelijk iets te ondernemen. Abram liet zich raken en kwam in beweging. Hij bereidde zich goed voor en ondanks dat hij menselijk gezien geen schijn van kans maakte, voerde hij zijn missie uitstekend uit. Het lukt Abram om Lot te bevrijden, maar ook andere krijgsgevangenen.
Dan komt koning Melchisedek van Salem ten tonele. Zijn naam betekent koning van gerechtigheid, Salem betekent vrede. Het zet een mens opnieuw tot nadenken. Behalve koning is Melchisedek ook priester. Een koning van gerechtigheid, die heerst over de stad van vrede, die ook priester is en brood en wijn meebrengt… Dit klinkt ons bekend in de oren. Melchisedek is een voorafschaduwing van de enige ware Koning. Abram erkent Melchisedek als zijn meerdere. en hoe heerlijk is het dat de priester Melchisedek een zegen over Abram uitspreekt: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, schepper van hemel en aarde. Gezegend zij God, de Allerhoogste: uw vijanden leverde Hij aan u uit. Melchisedek herinnert Abram aan zijn moed, zijn initiatief om in beweging te komen, want het geloof nodigt altijd uit om in beweging komen, nodigt ook ons uit: God roept immers ook u!
