Lezen: Mattheüs 6: 9 t/m 13: Het gebed des Heeren dl. 5; De Bergrede dl. 13

 … 12 en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
Als je de mensen op straat vraagt of ze schulden hebben, zullen ze je vermoedelijk vreemd aankijken. Mogelijk is het antwoord dat zij een hypotheek hebben voor hun huis. Want in de eerste plaats denken we bij schuld vaak aan geld.  Maar bij schuld kunnen we ook denken aan de rechtbank: iemand heeft schuld of is onschuldig.

Er zijn situaties dat we denken aan een morele schuld waardoor anderen benadeeld zijn.  Bij morele schuld komen we in de buurt van wat er in de Bijbel met schuld bedoeld wordt. Morele schuld geeft pijn en verdriet.  Gevolgen van een morele schuld kunnen we jaren meedragen.

Ook heeft de mens mogelijk wat moeite met collectieve schuld.  Het is best ingewikkeld om te zeggen dat we medeverantwoordelijk zijn voor bijv. de klimaatverandering.  We hebben zonnepanelen, we gebruiken spaarlampen en we zeggen: ‘Ik doe toch mijn best?’ Terwijl het heel Bijbels zou zijn om wel onze collectieve verantwoordelijkheid te benoemen, omdat het verder reikt dan onze persoonlijke verantwoordelijkheid. Het gaat er om wat wij als mensen samen veroozaken.

Iedereen die het Onze Vader  meebidt, vraagt om vergeving voor zijn of haar schulden. Jezus weet dat wij allemaal vergeving nodig hebben en leert ons hoe te bidden als het over schuld én vergeving gaat.  In het eerste deel vraag je als bidder aan God of Hij je schulden vergeeft, in het tweede deel ben jezelf degene die een ander vergeeft, die schuld heeft tegenover jou. Het zet ons aan het denken.

Het is duidelijk dat schuld in dit gebed gaat over de verkeerde dingen die mensen hebben gedaan tegenover God en elkaar.  Als wij het hebben over schuld en vergeving, denken we al snel aan de kruisdood van Jezus. In 1 Korintiërs 15: 3 schrijft Paulus: ‘Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven’.  We mogen beseffen dat wij niet op eigen kracht kunnen worden vergeven of anderen kunnen vergeven. We hebben God nodig. De komst van Jezus vormt een keerpunt  als het om vergeven gaat. De weg naar God ligt open. Door de dood en opstanding van Jezus is alles hersteld tussen God en de mens. Dat betekent niet dat we geen eigen verantwoording meer hebben maar Jezus komt ons tegemoet:

Met het bidden van de woorden: ‘vergeef ons onze schulden’, laten we merken dat we weten dat we niet altijd leven zoals God het heeft bedoeld. We leven nog in deze wereld, en de nieuwe schepping is nog niet aangebroken. Daarom hebben we Jezus nodig om verder te kunnen in ons aards bestaan.  Het ene moment staan wij als verantwoordelijke mens tegenover God, en het volgende moment staat een ander mens tegenover ons als schuldige. En wat doen we dan? Iemand vergeven is niet altijd gemakkelijk, maar ondertussen willen we zelf wel graag vergeven worden.

In een notendop geeft dit gebed ons een heel pakket aan gedachten mee. We weten dat we dankzij Jezus, al met één been in Gods nieuwe wereld staan. Maar het kwaad is nog niet definitief verslagen, en dat merken we in ons leven. Daarom hebben we vergeving nodig, en vragen we dat terecht aan God. Tegelijkertijd wordt ervan ons een vergevingsgezinde houding gevraagd.

en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; misschien is deze regel wel de moeilijkste regel van het gebed. Er wordt van ons inzicht in ons eigen falen gevraagd én een groot hart richting ten opzichte van de ander. En eerlijk, soms is dat lastig. Maar Jezus heeft ons voor deze momenten de woorden van het gebed des Heren gegeven, omdat we misschien de woorden anders niet kunnen vinden. Dan kunnen we concluderen dat het geloof ons geborgenheid en hoop biedt dwars door al het mens-zijn heen. Jezus wist wat Hij deed toen Hij Zijn discipelen dit gebed leerde.