Lezen: Mattheüs 5: 6  – De Bergrede  dl.3
6 Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

Eigenlijk is de bergrede een weergave van Jezus Zelf. Wat Hij is, wat Hij doet, hoe Hij leeft.  Al die zaligsprekingen geven een indrukwekkende beeld van het karakter van Jezus. Tegelijkertijd is het ook een uitgebreid verslag van wat Jezus van Zijn volgelingen wil maken. God wil mensen gelijkvormig maken aan het beeld van Zijn Zoon (Rom.8:29). Dit is altijd vanaf het begin Gods verlangen geweest. ‘Laat ons mensen maken naar Ons beeld en naar Onze gelijkenis’ (Gen. 1:26). Dat was Gods doel en daarvan is God nooit van afgeweken.
De mens wel. Al vanaf het begin heeft de mens zich losgemaakt van zijn omgang met God. Maar God heeft de mens nooit losgelaten. Zijn roep na de zondeval: ‘Waar ben je?’, klinkt nog steeds. God heeft beloofd dat Hij de relatie tussen mens en God zou herstellen. God heeft Zijn belofte waargemaakt, Zijn Zoon werd mens en heeft alles herstelt wat fout is gegaan. 

Op Zijn beurt noemt Jezus dit terecht zalig. Het brengt ons bij de vierde zaligspreking: ‘Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ Ieder mens kent het wel het knagende gevoel in de maag als we behoefte hebben aan voedsel. Wij noemen dat honger, al is het de vraag of wij dit niet beter ‘trek’ kunnen noemen. Echte honger kennen wij niet. We herkennen ook het gevoel van gebrek aan drinken. Wij noemen dat dorst. Maar ook hiervoor geldt dat men in het oosten, in de brandende zon en gebrek aan water, iets anders onder dorst verstaat dan wij hier in Nederland. Honger en dorst geeft het sterkte verlangen weer dat ontstaat bij gebrek aan eten en drinken. De Schepper heeft dit verlangen in ons lichaam gelegd om ons tijdig te waarschuwen dat wij moeten eten en drinken. En nu leert Jezus ons dat Hij in Zijn volgelingen hetzelfde verlangen legt naar gerechtigheid.

In  gerechtigheid’ zit het woord ‘recht’. Recht is het tegenovergestelde van alles wat krom, bochtig, averechts, onrecht, wetteloosheid, valsheid is.  Recht is eerlijk, rechtuit, billijk, recht door zee, zuiver, oprecht.  Dit alles zit in gerechtigheid.  Het heeft te maken met rechtvaardigheid, oprechtheid, rechtschapen zijn.

Als we lichamelijk honger of dorst hebben, dan eten of drinken we. Maar hoe doen we dit geestelijk?
Zoals ons lichaam voedsel nodig heeft, zo ook onze geest. Voor het lichaam nemen we tijd apart om te eten en te drinken, voor onze geest moeten we daar dus ook tijd voor nemen. God heeft ons eindeloos veel te geven vanuit Zijn Woord. We zullen opnieuw moeten leren om toe te geven aan de geestelijke honger en dorst die Hij in ons wil leggen. Om mensen te maken naar Zijn beeld.

Toen Jezus een jongen van twaalf jaar was, had Hij honger en dorst naar de dingen van Zijn Vader. ‘Wist u niet dat Ik bezig moet zijn in de dingen van Mijn Vader?’  Bij Jezus hadden de dingen van Zijn Vader voorrang boven alles. Daarom zei Jezus ook: ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God  en Zijn gerechtigheid’.  Het zit in het woordje ‘eerst’.

Wie leert zich geestelijk te voeden,  zal ervaren dat Jezus de vervulling is van al je innerlijke verlangens.  Jezus heeft immers eens gezegd: ‘Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben’ (Joh.6:35). Dan leren we terecht zingen: De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.  Wij hebben onze God en dat is genoeg. Dan zijn we, als gemeente, maar ook persoonlijk, in Hem verzadigd.