Lezen: Genesis 18: 1 t/m 33  Abraham dl. 8: God (ver)hoort
1  De HEER verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent. 2 Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep 3  en zei: ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan. 5  Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen?’ Zij antwoordden: ‘Dat is goed, ga uw gang.’

Opnieuw verscheen de Heer aan Abraham. Blijkbaar waren de ochtendtaken gedaan want Abraham zat bij de ingang van zijn tent. Het is warm en dan is het goed om even te rusten. Plotseling ontvangt Abraham bezoek en meteen komt hij in actie. Abraham begrijpt meteen dat het niet zomaar bezoekers zijn en ontvangt hen hartelijk.  Sara en een knecht worden aan het werk gezet om een maaltijd te bereiden en alleen het allerbeste, met minder neemt Abraham geen genoegen.

Tijdens de maaltijd vragen de gasten naar Sara. Het is inmiddels wel duidelijk dat de gasten geen vreemdelingen zijn, want ze weten de naam van Abrahams vrouw.  Sara staat verscholen bij de ingang van de tent en hoort het gesprek. Volgend jaar rond de dezelfde tijd zal zij een zoon zal baren. Sara lacht in zichzelf. Een natuurlijke zwangerschap is uitgesloten want haar vruchtbare jaren liggen achter haar en Abraham is al oud.  We horen Sara denken. Maar God ziet wat niemand kan zien, weet wat niemand kan weten en vraagt aan Abraham waarom zijn vrouw lacht. Sara schrikt en ontkent dat ze heeft gelachen. Ongetwijfeld heeft het Sara aan het denken gebracht: Als God haar ziet en zelfs weet wat ze denkt, waarom zou Hij dan niet in staat zijn om haar een zoon te geven? De tijd zal Sara spoedig leren.  De aankondiging van nieuw leven is gebracht. 

Er volgt nog een tweede aankondiging: het oordeel over Sodom en Gomorra. Abraham doet zijn bezoekers uitgeleide en dan krijgen wij een inkijkje in de gedachten van God: 17 De HEER dacht: Waarom zou Ik voor Abraham geheimhouden wat Ik van plan ben?  God legt uit waarom Hij Abraham deelgenoot maakt van Zijn gedachten: Abraham is door God uitgekomen, alle volken zullen in hem gezegend worden en Abraham moet  zijn nakomelingen op de Heere wijzen. En dan tot slot:  19 Alleen dán zal Ik verwezenlijken wat Ik Abraham heb toegezegd.

Het is niet genoeg als Abraham en zijn nakomelingen precies weten wat goed en rechtvaardig is. Het gaat niet om kennis, maar om daden. Willen Abraham en zijn nageslacht een bron van zegen zijn voor anderen, dan zullen ze zich moeten uitspreken en inzetten voor goedheid en rechtvaardigheid in de wereld. Pas dán zal God Zijn beloftes voor de wereld kunnen waarmaken.  Kerkvader Augustinus verwoordde dit vervolgens: ‘Zonder God kunnen we het niet, maar zonder ons wil God het niet’. 

Abraham gaat dichter naar God toe en stelt een vraag. Het is geen gebed, ook geen onderhandeling. De woorden schuldigen, onschuldigen, rechter, laten zien dat het om een rechtsgeding gaat van een mens met de Allerhoogste God. Waar het Abraham om gaat is, wat er zwaarder weegt voor God: de schuld van velen of de rechtvaardigheid van een enkeling.  Tóch de rechtvaardigheid want God stemt in, dat  áls er 50, 45. 40, 30, 20, zelfs áls er 10 onschuldigen zijn, dan zal Sodom niet worden verwoest. 

Wat een leermoment voor Abrahm én voor ons.  God vraagt, verlangt en zoekt naar mensen die willen bidden, die in de bres willen springen, die zich laten raken door de omstandigheden en vastbesloten zijn om daar iets aan te doen. Die durven geloven dat hun gebeden daadverwerkelijk het verschil maken, want God roept, ook u.