Lezen Ruth 2: 5 t/m 18a –  Ontmoeting
5 Boaz vroeg de voorman van zijn maaiers: ‘Bij wie hoort die jonge vrouw daar?’ 6 De man antwoordde: ‘Dat is de Moabitische vrouw die met Naomi mee teruggekomen is.7 Toen ze hier aankwam zei ze: “Ik zou graag achter de maaiers aan willen gaan om aren te lezen bij de schoven,” en nu is ze hier al de hele dag, vanaf de vroege ochtend – ze heeft maar even gezeten.’ 8 Daarop zei Boaz tegen Ruth: ‘Luister goed, mijn dochter. Je moet niet naar een andere akker gaan om aren te lezen; ga hier niet weg, maar blijf dicht bij de vrouwen die voor mij werken.

De aren laten lezen was voor de maaiers en Boaz de normaalste zaak van de wereld.
Deuteronomium 24: 19 Wanneer u bij de graanoogst op de akker een schoof vergeet, mag u niet teruggaan om die op te halen.  Leviticus 19: 9  ‘Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen.’
Ondanks dat het land nog maar pas was bekomen van de hongersnood, en de voorraden ongetwijfeld moeten worden aangevuld konden de armen aren lezen. En wie van de armen een dag flink doorwerkte kon voldoende voedsel voor een dag verzamelen. Het zal voor velen het verschil hebben gemaakt. Zo  ging Ruth dus  ook naar het land om aren te lezen, achter de maaiers aan. Bij toeval kwam ze op de akker van Boaz. Nou ja toeval, wij geloven niet in toeval.

Boaz zag Ruth en hij werd nieuwsgierig. Boaz is ook een man van vlees en bloed. Plotseling bevinden we ons in een Oudtestamentische versie van ‘Boer zoekt vrouw’. Vanaf dat moment bevindt de geschiedenis van Ruth zich op twee niveaus: aan de ene kant het romantische verhaal van een onmogelijke liefde tussen een schatrijke ondernemer en een mooie, jonge vluchtelinge zonder man  en aan de andere kant de wijze waarop God een geslachtslijn schept waardoor uiteindelijk de hele wereld zal worden verlost.

In vers 8 wisselt Boaz zijn eerste woorden met Ruth. In een paar zinnen biedt hij haar uitzicht. Niet voor even, maar voor de komende tijd. Tot aan het eind van de oogst mag zij op de velden van Boaz blijven. Boaz biedt niet alleen vastigheid, maar ook veiligheid. Letterlijk staat er dat de knechten van Boaz Ruth niet lastig mogen vallen. In een andere vertaling (HSV)  staat dat de maaiers Ruth niet aan mogen raken. Boaz wacht in ieder geval niet af tot er misschien een incident plaats zou vinden.

Zegen op zegen stort Boaz over Ruth uit. Ze krijgt een baan, bescherming, voedsel en drinken zoveel ze wil. Bovendien moeten de knechten zelfs hele halmen onopvallend expres laten vallen. Die dag vol ‘ongelukjes’ resulteert dat Ruth met een efa gerst naar huis kan.  Een efa bestond uit 22 tot 30 liter gerst, voldoende voedsel voor meer dan een week. Boaz doet veel meer dan van hem gevraagd werd.
Boaz is door Ruth geraakt. Hij heeft gehoord hoe Ruth Naomi trouw is gebleven in een zelfopofferende liefde. Het verhaal van Ruth en Naomi had zijn ronde gedaan en indruk op hem gemaakt.

Ruth  knielde, boog diep voorover en zei: ‘Waarom bent u zo vriendelijk voor mij? U behandelt mij goed, terwijl ik toch maar een vreemdeling ben.’?’  Het is duidelijk dat Ruth en Boaz elkaars hart weten te beroeren. Boaz zegt tegen Ruth:: ‘Meer dan eens is mij verteld over alles wat je voor je schoonmoeder hebt gedaan. Moge de HEER je daarvoor rijkelijk belonen – de HEER, de God van Israël, onder wiens vleugels je bent komen schuilen’

Met deze woorden opent Boaz een prachtig beeld van het schuilen bij God. De woorden van Boaz raken Ruth. ‘U biedt mij troost’, zegt Ruth tegen Boaz.  Ruth is dankbaar.  Hoe stroomt de zegen van God als mensen op hartsniveau communiceren. 

Volgende week woensdag 29 november: Boaz als losser