Lezen Johannes 10: 1 t/m 9 serie ‘Ik ben’ dl. 3
9 Ik ben de deur: wanneer iemand door Mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden.
De derde ‘Ik ben’ uitspraak van Jezus is: Ik ben de deur.
Een deur, zoals wij het kennen is heel praktisch, je kunt ergens naar binnen. Zou er geen deur zijn dan zouden we voor een muur blijven staan. Jezus is niet zomaar een Deur. Door de zondeval heeft de mens de deur van het Vaderhuis achter zich dicht getrokken. Je zou kunnen zeggen dat Adam en Eva voor een dichte deur stonden. Het paradijs was in het vervolg voor hen gesloten. Dat zal heel confronterend zijn geweest voor de twee eerste mensen hier op aarde. Op dat moment moesten zij het doen met de belofte dat eens de Messias zou komen om alles te herstellen. Wat hadden Adam en Eva veel om over na te denken en reken maar dat ze samen veel hebben gepraat na de zondeval.
We weten inmiddels dat deze belofte ruim 2000 jaar gelden is ingelost en dat de Messias is gekomen. Het is deze Messias die als het ware de deur voor de mens weer opent. Want de sleutel van de deur is het hout van het kruis. En laat deze sleutel nu precies passen op de slot van de deur van het Vaderhuis. Deze sleutel geeft ons toegang tot het Vaderhart. Jezus had ook kunnen zeggen: Ik ben de sleutel.
We moeten dus bij Jezus zijn. We kunnen proberen om ergens anders toegang te krijgen tot het Vaderhuis, maar dat zal tevergeefse moeite zijn. Jezus zegt namelijk dat Hij de enige Deur is. We kunnen proberen om via de ladder van goede werken in het Vaderhuis te komen, maar dan zouden wij het kunnen verdienen. En dat is niet de bedoeling. We zijn afhankelijk van Gods genade. Wie behouden wil worden heeft Jezus nodig en zal zich bewust moeten zijn van Gods genade.
Jezus is behalve de enige ook de smalle Deur. Zo’n smalle deur was herkenbaar voor de Israëlieten. Ze moeten hebben begrepen waar Jezus het over had. Want een schaapskooi in het Oude Oosten was een omheinde ruimte met een kleine opening. De opening was eigenlijk net breed genoeg voor de herder om daarin te gaan staan. En terwijl hij zijn benen wijd uitspreid, konden de schapen één voor één onder hem door in de schaapskooi komen. Vanuit geestelijk opzicht is de deur naar het Vaderhuis precies zo. Het is zo smal, daar kunnen geen twee mensen tegelijk door heen. De opening is ook laag, wij zullen moeten buigen en op onze knieën kunnen we naar binnen. De smalle deur doet ons denken aan de smalle weg. Leidt de brede weg naar verderf, de smalle weg leidt naar redding.
Jezus zegt ook dat Hij een open Deur is voor de schapen. We denken daarbij aan de kerstnacht in de velden van Efratha. De deur van de hemel gaat open. De engelen verkondigen met grote blijdschap dat de Redder is geboren. Gods Zoon is naar de aarde gekomen. We denken ook aan Paasmorgen, hoe de vrouwen op weg zijn naar het graf om het lichaam van Jezus te verzorgen met de geurige olie die ze hadden bereid. Maar tot hun grote verbazing is de steen afgewenteld, het graf is open. God Zelf heeft voor deze open Deur gezorgd. Jezus is opgestaan en heeft een opening in de muur van onze zonde geslagen. Jezus staat in de open deur en wenkt ons allen.
Jezus is nóg niet uitgepraat. Eveneens zegt Hij dat Hij een veilige Deur is. Veilig staat voor betrouwbaar. Wie veilig is, bevindt zich in een situatie waarin een bepaald gevaar niets kan aanrichten. Als we beseffen dat Jezus een veilige Deur is, dan hebben we geloofsvertrouwen. Wie zich richt op het kruis, weet zich veilig en geborgen. Jezus is de enige, smalle, open, veilige Deur, en wie naar binnen gaat zal weidegrond vinden en rust vinden voor zijn ziel…
