Lezen: Lucas 19: 28 t/m 48 – de intocht in Jeruzalem
29  Hij zei: Ga het dorp in dat voor u ligt, en als u daar binnenkomt, zult u een [ezels]veulen vinden dat vastgebonden is, waarop geen mens ooit heeft gezeten. Maak het los en breng het [hier].

Jezus kwam uit Jericho, niet ver ten oosten van Jeruzalem, en besloot dat het moment was aangebroken om zich openlijk te bekend te maken als dé Messias, Die door God naar de aarde was gezonden. Jezus weet dat er een ezelsveulen op Hem wacht. In het  dorp ‘dat voor u ligt’  vinden de discipelen  een jonge ezel. Het feit dat Jezus zegt dat deze ezel ‘vastgebonden’ is, verwijst naar Gen. 49: 11. Hij bindt zijn jonge ezel aan de wijnstok en het veulen van zijn ezelin aan de edelste wijnstok; hij wast zijn kleren in wijn en zijn gewaad in druivenbloed.
Wat in Genesis bedoeld wordt is dat de overvloed van wijnbouw in die tijd zo groot was dat de heersende nakomeling van Juda zijn ezel aan de wijnstok vastbindt en dat het geen probleem is dat de ezel ervan af eet. De wijn zal in Juda zo overvloedig voorradig zijn, dat men er bij wijze van spreken de kleren er in kan wassen. Door het hele Oude Testament heen wordt de zegen van de toekomstige heilstijd beschreven als een overvloedige oogst. En nu is de heilstijd letterlijk aangebroken!

Daarnaast wordt de intocht van de Messias aangekondigd in Zacharia 9: 9 ‘Verheug u zeer, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel, op een ezelsveulen, het jong van een ezelin’. Geen enkele koning zou het in zijn hoofd halen om op een simpele ezel te rijden. Andere koningen zouden op een paard rijden of in een draagstoel of wagen binnenkomen.  De keuze van een ezel als rijdier laat iets van Jezus’ karakter zien: nederig en zachtmoedig.
Dit beeld wordt nog versterkt doordat Jezus ervoor koos om niet op een volwassen ezel te rijden, maar op een jong veulen, dat nog nooit bereden was geweest. Doorgaans is een ezelsveulen erg weerbarstig als hij voor het eerst een berijder heeft, maar in dit geval gaat het heel goed. Met Jezus als berijder voelde het veulen zich kennelijk op zijn gemak!

De menigte ziet hoe Jezus, rijdend op het ezelsveulen, op weg gaat naar Jeruzalem. De ogen gaan  open, de sluier wordt weggetrokken, tenminste van diegene die de geschriften goed kenden.  De Messias!  Jezus werd herkend als de beloofde Messias. Die gaat natuurlijk naar Jeruzalem om het koningschap op te eisen en om de Romeinse bezetter te overheersen.  Ze plukken palmtakken en als een Koninklijke Overwinnaar rijdt Jezus Jeruzalem binnnen. Hosanna!

Hoewel Jezus lijden en sterven te wachten staat in Jeruzalem, komt Hij niet als een martelaar de stad binnen, maar als een Koning. Zijn weg naar het kruis is geen ondergang, maar een zegetocht, want het is zeker dat Hij overwint, omdat Hij zal opstaan uit de dood. Hosanna!
De koninklijke intocht eindigt in het huis van Jezus’ Vader. Jezus heeft zelf het gezag om de tempel te reinigen, want Hij is de door God gezonden Koning.  Maar Hij verwijst ook naar het gezag van de Schrift: ‘Er staat geschreven’. Want Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden’ (Jes.56:7).
De tempel is bedoeld als plaats van gebed, en is geen plek voor praktijken die er niet thuis horen.
De tempel is een plek waar een mens tot God mag komen. Het is een heilige plek. Nadat Jezus het tempelplein gereinigd heeft,  geeft Hij onderwijs aan het volk, de mensen luisteren. Dit tot grote ergenis van de overpriesters, de schriftgeleerden en de leiders van het volk.
Ze willen niets liever dan Jezus ombrengen…

Volgende week 27 maart:  Onderweg naar Paasmorgen: het oor van Malchus