Lezen: Prediker 3: 1 t/m 11a  De schepping 3: De bloem
1 Voor alles is er een vastgestelde tijd, en er is een tijd voor elk voornemen onder de hemel. 2  Er is een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven; een tijd om te planten en een tijd om het geplante uit te trekken; 11a  Hij heeft alles op zijn tijd mooi gemaakt.

Wat kunnen we genieten van de enorme verscheidenheid van bomen, planten en bloemen. In ieder seizoen is er wel iets moois te zien. Ook in de winter zijn er nog steeds bloemen te bewonderen zoals het prachtige sneeuwklokje.  God maakte alle bomen en planten naar hun soort.  Dat is de reden dat wij intens mogen genieten van het natuurschoon. We willen in deze brief stil staan bij de bloem.
Een bloem heeft alles wat nodig is om zich voort te planten: stuifmeel in de meeldraden en eicellen in de stamper. Wanneer een korreltje stuifmeel samensmelt met een eicel, (het liefst van een andere plant) ontstaat daar een zaadje uit. Als dat zaadje vervolgens op een goede plek terechtkomt, kan het uitgroeien tot een nieuwe plant. Alleen, hoe doet een bloem dit? In tegenstelling tot mensen en dieren, kan een bloem niet zomaar op soortgenoten afstappen. En hoe zorgt een bloem ervoor dat het zaadje in goede aarde valt, waar genoeg ruimte en zonlicht is? Dat heeft te maken met hoe God alles heeft geschapen.

In alles is voorzien. Bloemen zijn afhankelijk van de wind of van insecten, bijv. bijen, om het stuifmeel te verspreiden. En als er daadwerkelijk een bevruchting plaatsvindt en er zaadjes ontstaan, dan worden deze zaadjes door de wind of dieren meegevoerd naar een plekje waar ze kunnen ontkiemen.  Een goede timing is belangrijk. In welke tijd de bloemen bloeien, beïnvloedt wanneer de zaadjes verspreid worden en kunnen ontkiemen. Dat vraagt om een nauwkeurige planning. Bloemen halen de nodige informatie uit de natuur. Ze hebben een soort thermometer om hen te laten weten of het al warm genoeg is om te bloeien. Ook kunnen ze licht en donker onderscheiden door een bepaald stofje die zij bezitten. Bloemen die afhankelijk zijn van bijen en andere insecten zullen hun bloei afstemmen op een periode waarin veel insecten rondvliegen. Planten die gebruik maken van de wind, kunnen daarentegen al in de winterperiode bloeien. Iedere plantensoort heeft zijn eigen voorkeur en timing. Dat maakt dat we het hele jaar rond kunnen genieten van een diversiteit aan bloemen.

Wanneer we hier bewust over nadenken dan beseffen we dat al die variatie alleen tot stand komt op de juiste tijd. Dit is ook de manier hoe God naar ons omziet. Alles op Zijn tijd. Er zijn veel momenten in het leven dat we geduld moeten hebben. We willen vaak zo snel, zo gauw en het liefst op onze tijd. Maar snelheid kan ook ons tegen werken. En het feit dat wij moeten wachten doet niets af aan Gods  zegen. Alles wat God ons geeft, is verbonden met het moment dat Hij daarvoor in gedachten heeft.  We hoeven dus niet te twijfelen wanneer we Gods beloften nog niet in vervulling zien gaan.

Laten we wat vaker een blik werpen op de prachtige bloemen om ons heen en beseffen: zoals God de planten laat bloeien en groeien wanneer dat goed voor hen is, zo worden de zegeningen die Hij voor ons heeft bedoeld zichtbaar wanneer de tijd er rijp voor is.
In de Bijbel zien we dat ook, denk maar aan Abraham. God beloofde dat hij veel nakomelingen zou krijgen. Abraham was al 75 jaar oud en we weten dat Sarah ook de jongste niet meer was. Ze hebben 25 jaar gewacht. Dat zal moeilijk zijn geweest en voor hen ook onbegrijpelijk dat er zoveel jaren voorbij gingen. Maar God heeft hen niet vergeten, hen gezegend met een zoon en Abraham en Sarah hebben veel geleerd over geloofsvertrouwen en Gods genade. Alles op God Zijn tijd!  In dit vertrouwen, blijven we vertrouwen op Gods genade. Alles op Gods tijd.  En  als God een eenvoudige bloem kan laten groeien en bloeien, kunnen wij ook groeien en bloeien in geloof.