Lezen: Lucas 15: 11 t/m 32: Wat verloren was, is gered
21 En de zoon zei tegen hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. Ik ben niet meer waard uw zoon genoemd te worden. 22 Maar de vader zei tegen zijn slaven: Haal het beste gewaad tevoorschijn en trek het hem aan en geef hem een ring aan zijn hand en sandalen aan zijn voeten. 23 En breng het gemeste kalf en slacht het, en laten we eten en vrolijk zijn. 24 Want deze, mijn zoon, was dood en is weer levend geworden. En hij was verloren en is gevonden. 25 En zij begonnen vrolijk te zijn.
De gelijkenis van de verloren zoon, het is wellicht de bekendste gelijkenis die Jezus heeft verteld. Maar wanneer we bedenken dat Jezus deze gelijkenis na de aankondiging van Zijn lijden heeft verteld, dan komt deze gelijkenis meteen in een heel ander daglicht te staan. De inhoud wordt dieper en het wordt heel scherp duidelijk waarom Jezus naar de aarde is gekomen. Deze gelijkenis is dan ook de indringendste, omdat het niet gaat om een verloren penning of een schaap, maar het gaat om een echte vader en twee echte zonen.
‘1 Al de tollenaars en de zondaars nu kwamen bij Hem om Hem te horen.2 En de Farizeeën en de schriftgeleerden morden onder elkaar en zeiden: Deze Man ontvangt zondaars en eet met hen’. Het begin van Lucas 15 maakt meteen duidelijk dat de oudste zoon de Farizeeën en de schriftgeleerden voorstelt, en de jongste zoon de tollenaars en de zondaars. Met de jongste zoon komt het goed in de gelijkenis, maar met de oudste (nog) niet. Uiteraard wordt niet de zondigheid van de zondaars geprezen, maar wél het feit dat zij zich bekeren en terugkeren naar de vader, om dan te ontdekken dat de vader met wijd geopende armen en op de uitkijk staat en dit ook nog eens vanzelfsprekend vindt. De oudste zoon heeft de vader helemaal niet nodig en is nauwelijks te bekeren, omdat hij zo braaf en fatsoenlijk is. Maar deze oudste zoon mist iets belangrijks in het leven: hij kent het hart van de vader helemaal niet en doet daar ook geen enkele moeite voor. We kunnen dit vergelijken met de uiterlijkheden van godsdienst. De binnenkant ziet er anders uit dan de buitenkant, maar gaat het in het geloof niet juist om de binnenkant?
De jongste zoon laat juist zijn binnenkant zien. O, wat heeft hij een spijt, hij heeft de bloemetjes behoorlijk buitengezet, het leven leren kennen, maar nog meer zichzelf. En wie zichzelf ontmoet, wie in de spiegel kijkt voor een ontmoeting met zichzelf, leert zich zelf kennen. De jongste zoon komt tot inzicht, is zich bewust van zijn zonden. Hij verlangt naar zijn vader. De jongste zoon bevindt zich op een keerpunt in zijn leven, wat een genade mag hij ontvangen als hij de wil heeft om naar huis te gaan. Naar huis, dáár waar de vader op hem wacht, dáár waar hij hoort.
Op dit breekpunt in zijn leven kent de jongste zoon het hart van de vader ook nog niet, anders zou hij niet hebben voorgesteld om een knecht van de vader te worden in plaats van terug te keren in zijn rechten als zoon. Dan komt er een heel belangrijk punt: niet zijn zonde- en schuldbesef leert hem het hart van de vader kennen, maar de liefde. Hij leert dóór de liefde het vaderhart kennen als hij de vaderarmen om zich heen voelt. Wat een geluk en dankbaarheid zal de jongste zoon hebben gevoeld. En kilo’s lichter, een bevrijd hart maakt een mens lichter. Terecht wordt er feest gevierd
De oudste zoon begrijpt er niets van, voelt zich behoorlijk tekort gedaan. De vader legt hem uit dat hij altijd bij zijn vader is geweest maar dat zijn jongste zoon weer levend is geworden. Natuurlijk blijft hij zijn oudste zoon en behoudt hij zijn rechten. Maar helaas, de oudste zoon begrijpt het niet of wil het niet begrijpen. De oudste zoon is dan ook een spiegel voor de Farizeeën en de schriftgeleerden. Wat ons betreft: laten wij gerust feest gaan vieren omdat wij ook de Vaderarmen door Zijn liefde om ons heen hebben gevoeld…
