Lezen: Mattheüs 6: 9 t/m 13: Het gebed des Heeren dl. 4; De Bergrede dl. 12
Geef ons heden ons dagelijks brood….
Brood was in de tijd van de Bijbel hét voedingsmiddel voor mensen. De graanproduktie was bepalend voor het aantal mensen dat kon leven op een bepaald stuk land. Het was niet gemakkelijk om graan te importeren en bovendien ook heel erg duur. Wie een goede oogst had ging het graan opslaan voor slechtere tijden. Mensen bakten meestal zelf hun brood, in een broodoven bij hun huis, of op een vuur. Het meel of graan werd in stenen vaten of potten bewaard, om bederf en ongedierte tegen te gaan. Brood was het hoofdbestanddeel van de maaltijd. Soms werd het brood samen met vlees of soep gegeten. Samen dankzeggen voor het brood en het brood delen was vanzelfsprekend in de Bijbel.
In veel culturen is niets zo belangrijk als samen eten. Als je de maaltijd met elkaar deelt, dan wordt je een beetje familie. Je deelt de eerste levensbehoefte met elkaar: water, voedsel en onderdak. In onze westerse samenleving wordt samen eten gezien als iets gezelligs en niet echt als noodzaak. We houden van onze privacy. We maken soms een afspraak om samen te eten, bij iemand thuis of in een restaurant. Dan gaat het om eens bij te praten, maar niet om een levensbehoefte. We hebben in onze moderne wereld supermarkten met een geweldig aanbod aan produkten. We weten dat ons lichaam niet zonder eten en drinken functioneert. We willen gezond blijven en we zorgen voor onze vitamines. We kopen de benodigheden voor onze maaltijd in de supermarkt en we bidden en danken voor het eten in het besef dat het een groot geschenk van God is. Geef ons heden ons dagelijks brood. In Nederland weten wij niet echt hoe het is om afhankelijk te zijn van datgene wat het land opbrengt, van de regens in de lente, of van een deur die open gaat als je geen eten of drinken meer hebt. Afhankelijk zijn betekent voor sommige wereldburgers honger.
Hongersnood was in het Oude Testament een reden om het land te verlaten. Denk maar aan het Bijbelboek Ruth. ‘In de tijd dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het land. Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonen weg uit Betlehem in Juda, om als vreemdeling te gaan wonen in de vlakte van Moab.’ (Ruth 1:1). Hopen dat er in Moab wel voldoende voedsel was voor iedereen, inclusief voor de vreemdeling.
Het besef afhankelijk te zijn van van de natuur en van God voor je eerste levensbehoeften is iets waar wij niet altijd stil bij staan. Toch staat er heel duidelijk in het gebed ‘geef ons’ en niet ‘geef mij’. Gelukkig geven voedselbanken gehoor aan deze woorden uit het gebed des Heeren en zijn er mensen die de voedselbanken ondersteunen.
In Marcus 6: 8 (Jezus en zijn discipelen trekken rond langs vele dorpen) draagt Jezus Zijn discipelen op om niets mee te nemen voor onderweg: geen reiszak, geen brood, geen geld; dat laat zien hoe belangrijk brood was. Als je zelfs geen brood bij je hebt, dan ben je afhankelijk van wat anderen jou geven. Dat was lastig voor de discipelen. De bedoeling van Jezus is dat zij in eenvoud en soberheid moesten leren om in de voetsporen van Jezus te treden. Zij moeten op Jezus vertrouwen dat Hij hen door middel van anderen voor hun onderdak, voedsel en kleding zou zorgen. Een voorbeeld die wij mogen volgen. Wij moeten op Jezus vertrouwen dat Hij ons geeft wat wij nodig hebben. En soms zijn wij zelf het middel voor de ander. Want alles wat wij voor een ander doen, doen wij voor Jezus. In geestelijk opzicht gaat Jezus nog een stap verder. Jezus zegt: ‘De mens leeft niet van brood alleen’, Het feit dat Jezus dit zo zegt, bewijst hoe sterk mensen hun behoefte, maar ook het leven associeerden met brood.
Als Jezus zegt dat Hij het ‘Levende Brood’ is, is Hij het leven zelf. Mensen zullen toch wel hebben begrepen wat Jezus bedoelde. Brood was immers een behoefte. Met brood geen honger. Geef ons heden ons dagelijks brood. Laten we blijven bidden voor onze lichamelijke, maar vooral voor onze geestelijke levensbehoefte. Bróód daar zit wat in!
