Lezen: Lucas 2: 21    de naam Jezus
Toen er acht dagen verstreken waren en Hij besneden zou worden, kreeg Hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat Hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.

De komende weken willen we eens nadenken over de namen van Jezus. De namen van Jezus zijn wereldwijd bekend: Christus, Zoon van God, Zoon des Mensen, de Heere, de Gezalfde. Toch is er een tijd geweest dat deze namen onbekend waren in de wereld. Deze namen kwamen mee met Maria’s kind. Mensen hebben deze namen niet bedacht, zelfs Zijn moeder niet. God zelf maakte ze bekend.  Het zijn hemelse namen. Ze onthullen de verlossing dat eeuwenlang verborgen bleef. Het zijn daarom veelbelovende namen die blijvend zijn, want het zijn ook namen van de Toekomst!

Toen het Kindje van Maria in Betlehem geboren werd lag er meteen bij Zijn geboorte een geschenk op Hem te wachten. Het geschenk was niet afkomstig van mensen, het was een door engelen aangedragen cadeau: het was de naam voor dit Kind. Bij besnijdenis op de achtste dag mocht Jozef die naam geven. Maria’s man mocht dit cadeau uitpakken en hij mocht Hem als eerste bij Zijn roepnaam noemen. Een engel van God had in een droom de naam Jezus al aan Jozef bekend gemaakt. En nog eerder had de engel Gabriël de naam Jezus genoemd toen hij aan Maria vertelde dat zij zwanger zou worden. Eerst is dus de naam op aarde gekomen en toen pas daalde Gods Zoon af in Maria’s schoot.

Als mensen een naam krijgen dan is dat voor hun hele leven. Niets gaat voorgoed mee, maar mensen blijven altijd heten zoals ze genoemd werden bij hun geboorte. Tenslotte staat op de grafsteen nog altijd als laatste wat het eerst is gegeven: de geboortenaam. 
Dit gold ook voor Jezus. Het Kindje van Maria, liggende in een kribbe, hing als een Man aan het kruis:  Alles was Hem afgenomen. Maar toen Hij stierf en er niets was overgebleven, stond boven Zijn hoofd op een bordje Zijn naam: Jezus, de koning der Joden. Het eerste geschenk had het laatste woord.

Voordat Jezus werd geboren krijgt Jozef in een droom uitleg: 20b ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.21 Ze zal een zoon baren. Geef Hem de naam Jezus, want Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.(Math.1). Dit zal voor Jozef een raadselachtige toelichting zijn geweest. De naam Jezus (in het Grieks Jozua) betekent in het het Hebreeuws: de redding is van de Heere.  Het is dus een belijdenis over God, de naam zegt dus niets over de persoon zelf. Bovendien waren er meer mensen die toen Jezus heetten. Voor de Joden bewijst de naam Jezus dat Hij een gewone Israëliet is. Maar Jezus kwam ook als mens! Jozef moet bij de besnijdenis een hele gewone mensennaam als roepnaam geven aan de Zoon van God.

We kunnen het vergelijken met een gouden ring. Gouden ringen genoeg. Maar het wordt anders als er een naam in staat gegraveerd. De inscriptie herinnert aan de dag dat de ring aan iemands vinger werd  geschoven met een trouwbelofte. Het geheim van de ring zit niet aan de buitenkant maar aan de binnenkant. Daardoor wordt het een persoonlijke waardevolle ring die je niet graag zou willen verliezen.

Zo is het ook met het geboortegeschenk voor Maria’s Kind. De engel reikt bij wijze een gouden ring aan met een insriptie, een hemelse belofte die verbonden wordt aan de naam Jezus: door Hem zullen we bevrijd worden van de zonden. Jezus is het die eeuwige vrede zal brengen tussen God en de mensen.  Zo is voor vele gelovigen de mensennaam Jezus een heilige naam geworden omdat deze naam in harten van gelovigen is gegraveerd. 

Volgende week 24 januari: Zoon des Mensen