Lezen: Jona 4 
2 Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad.

De gebeurtenissen omtrent Ninevé hebben Jona behoorlijk in beslag genomen. Telkens gebeuren er onverwachte dingen. De wrede stad, die door God gestraft zou worden, heeft zich bekeerd en ze worden niet ondersteboven gekeerd. Eind goed, al goed zou je zeggen. En toch is het verhaal nog niet uit. Want Jona die ergert zich, en niet zo’n klein beetje ook. In Jona 4 wordt duidelijk dat niet het behoud van Ninevé centraal staat, maar de houding van Jona.
Je verwacht van de profeet een dankgebed nu een complete stad van de ondergang is gered. Maar je gelooft je oren niet. Jona klaagt God aan vanwege zijn goedheid. De kern van het boek Jona is dan ook: Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad. (vs.2)

Jona ergert zich verschrikkelijk. God doet niet wat Hij gezegd had te zullen doen. Had Jona het al niet gezegd: ‘…waren dit mijn woorden niet?’  De aap komt lelijk uit de mouw. Jona is meteen al gevlucht omdat hij heel goed wist dat de Heer Zich zou laten verbidden en Zijn erbarmen zou tonen. Welbewust deed Jona een poging deze plannen te saboteren. Jona protesteert en wil dood. ‘Het is immers voor mij beter te sterven dan te leven’.  Jona citeert notabene heel brutaal de moedeloze Elia onder de struik in 1 Kon.19: 4.  Al is er wel een verschil tussen het gebed van Elia en Jona. Elia wilde sterven omdat de volgelingen van Baäl zich niét bekeerden.  Jona wilde sterven omdat de inwoners van Ninevé zich wél bekeerden. Als we eerlijk zijn dan hadden we niet zo’n ik-gericht gebed van Jona verwacht nadat God hem had verlost uit de ingewanden van de vis.

Jona krijgt een reactie op zijn woede. God vraagt: ’Bent u terecht in woede ontstoken?’ Jona geeft geen antwoord. Terwijl dit toch een goed moment is voor Jona om eens heel diep na te denken. Maar Jona verlaat de stad en gaat ergens ten oosten van de stad zitten. Hij bouwt een afdak en gaat daaronder in de schaduw zitten, Jona wil wel eens zien wat er met de stad gebeurt.
Nadat iedereen in Ninevé hun les hadden geleerd en tot inkeer waren gekomen, leert Jona nu een les. Want na de vis  beschikte God een heerlijke schaduwrijke boom en de bladeren brengen verkoeling.  De stemming van Jona slaat om. Dat was ook de bedoeling. God beschikte de boom om ook de ergenis van Jona te verdrijven. Voor het eerst zien we Jona blij en uitbundig. Jona geniet van de boom nu de zon niet meer fel op zijn hoofd schijnt. Maar na de vis en de wonderboom beschikt God een worm   die de boom aansteekt. Daarna beschikt God een verzengende oostenwind. Jona raakt uitgeput. De zon schijnt ongenadig op zijn hoofd. Opnieuw bidt Jona: ‘Het is voor mij beter te sterven dan te leven’

God vraagt opnieuw: ‘Bent u terecht in woede ontstoken?’ Jona antwoordt instemmend: ‘Terecht ben ik woede ontstoken, tot de dood toe.’  Vervolgens houdt God Jona een spiegel voor: als Jona al verdriet heeft om een wonderboom die vergaat, hoeveel te meer zal God dan geen verdriet hebben om een hele stad?  Helaas weten we niet of Jona heeft gereageerd op deze les. Of hij berouw heeft getoond en tot inzicht is gekomen. Het boek eindigt met een vraag. Er is geen duidelijk slot.  Het is alsof wij zelf mogen bedenken hoe het verhaal af had moéten lopen. Hoe de reactie van Jona zou moeten zijn.  Maar omdat we evenals Jona weten dat we te maken hebben met een genadige en barmhartige God, Die geduldig en rijk aan goedertierenheid is, weten we het antwoord dat Jona had moeten geven, en tegelijkertijd weten wij ons eigen antwoord ook…