Lezen Johannes 18: 1 t/m 11: Het oor van Malchus
10  Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de knecht van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af; Malchus heette die knecht. 11 Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. Zou Ik de beker die de Vader Mij gegeven heeft niet drinken?’

We hebben het allemaal wel eens meegemaakt: tegelijk met iemand anders loop je op een deur af.  ‘Ga u maar eerst’, zeg je.  De ander mag voor, je houdt de deur open, zodat de ander als eerste naar  binnen kan gaan.  Het doet ons ook denken aan het gebed van Jezus in het hof van Gethsemane.  Het kruis kwam steeds dichterbij en Jezus bad of  de beker  aan Hem voorbij mocht gaan, maar Jezus bad ook:  Maar laat het niet gebeuren zoals Ik het wil, maar zoals U het wilt.‘Gaat U maar eerst’, zegt zelfs Jezus en houdt de deur voor Zijn Vader open.  Golgotha is voor Jezus de manier waarop in de allereerste plaats God alle lof en eer krijgt om Zijn liefde,  trouw en genade. Omdat het schriftwoord in vervulling moest gaan.
Maar wat Petrus doet is de deur dichtgooien voor Jezus, al heeft hij dit zelf niet in de gaten.  Petrus wil Jezus verdedigen en denkt dat wanneer Jezus gevangen genomen wordt het helemaal misgaat. En dan is het niet best, denkt Petrus. Ondertussen beseft Petrus niet, dat hij door zijn optreden Jezus juist voor de voeten loopt.  Petrus is impulsief en Malchus is daar voor heel even de dupe van. We weten weinig van Malchus zelf. Hij wordt alleen genoemd in het Johannes evangelie. Malchus was een persoonlijke knecht van hogepriester Kajafas en heeft de opdracht gekregen om Jezus gevangen te nemen. Mogelijk had Malchus, omdat hij een persoonlijke knecht is van Kajafas, de leiding in het hele gebeuren.

Voor mannen in Galilea was het niet ongewoon om een zwaard te dragen om een dier te slachten of, indien nodig, zichzelf te verdedigen. Bovendien Petrus had het zelf ook gezegd, toen Jezus vertelde dat Hij moest lijden en sterven. ‘Dat zal U zeker niet gebeuren.’ Petrus houdt woord.  Het zwaard flitst door de lucht en het oor van Malchus ligt op de grond.  Wat fout is aan de actie van Petrus is, dat hij het Koninkrijk van God met geweld wil verdedigen en tot stand wil brengen. Dus roept Jezus Petrus tot orde en zegt hem het zwaard weer op te bergen.  

Want stel je nou eens voor als Jezus een waardering voor Petrus had uitgesproken. ‘Helemaal goed Petrus, ga jij maar als eerste door de deur, Ik wacht wel even op jou.’ Dan waren alle gebeurtenissen heel anders verlopen.  Stel je nou eens voor, dat Jezus het zwaard een prima plan vond.  Vast en zeker had Petrus hulp gekregen van de andere discipelen, misschien waren er soldaten op de vlucht geslagen. Maar dat zou wel een streep door het kruis van Christus betekenen.  Dan is niet alleen Malchus  de dupe, maar wij allemaal, er zou geen verzoening meer zijn.  Dan zou de relatie tussen God en de mens niet zijn hersteld.  En het heilsplan van God zou op losse schroeven komen te staan.  Dan stond nog steeds de zonde hoog op onze schuldenlijst in plaats van de genade van God.  Jezus kan dat menselijke optreden van Petrus helemaal niet gebruiken. Het staat Hem in de weg om Heiland te kunnen zijn.  Want het gaat hier niet om een strijd van zwaard tegen zwaard.  Gelukkig maar!  Malchus, maar ook wij kunnen opgelucht adem halen  Door het bevel van Jezus: ‘Steek je zwaard terug’ word er een gewapende strijd voorkomen. Jezus spreekt direct, nog voordat een tweede zwaard getrokken kan worden of voordat de soldaten kunnen terugslaan. Hiermee heeft Hij een escalatie in de kiem gesmoord.

Jezus laat toen en nu de mensheid weten:  Vader, gaat U maar eerst door de deur, Uw wil geschiedde,  ik volg U en dan mogen alle mensen die Mij willen volgen door de open deur. Het is de deur van het Huis van Genade.