Lezen Johannes 8: 12 t/m 14  serie ‘Ik ben’  dl. 2
12  Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’

Licht is een zeer ingewikkeld natuurverschijnsel. Wie kan licht uitleggen?  Wat is licht eigenlijk? Hoe verspreidt het zich? Bestaat het uit kleine deeltjes, uit golven of uit een combinatie van beide? Mensen hebben door alle eeuwen heen hun uiterste best gedaan om het verschijnsel licht natuurkundig te verklaren. Maar het gaat alle menselijke begrippen te boven om het verschijnsel licht eenvoudig te verklaren. En dat is logisch, want we hebben te maken met de Almachtige Schepper van hemel, zee en aarde.

Het is niet altijd licht geweest in de wereld. Volgens de Bijbel was de duisternis er zelfs eerder dan het licht. Toen de wereld door God geschapen werd, lag de aarde erbij als een soort maanlandschap: de watermassa was gehuld in diepe duisternis en werd continu beademd door Gods Geest (Gen. 1:1-2). De duisternis van het begin, het was dus als het ware bij het scheppingswerk inbegrepen.
Maar het eerste woord van de Schepper luidde: ‘Er moet licht zijn’. Door middel van deze woorden schiep God het licht. God  verdreef het aardedonker en de aarde werd verlicht. En zo was het goed in Gods ogen. De Bijbel zegt niet dat God de duisternis goed vond. Het was Hem namelijk om het licht begonnen. Want in Hemzelf is volstrekt geen duisternis (1 Joh. 1:5).  Op de vierde dag schiep God de lichten aan de hemelkoepel: de zon, de maan en de sterren. Eerst schiep God dus het licht en na een paar dagen de zon, maan en de sterren. Geen wonder dat de mens het licht zélf niet uit kan uit leggen.

Licht geeft kleur aan het leven. Daarom staat licht symbool voor ons heil en geestelijk welzijn. Duisternis draagt de donkere tinten van het onheil en gevaar. We weten dat sinds het begin van de schepping de zon opgaat en weer onder, zoals God het ritme van de dag en nacht geschapen heeft. Op deze manier kan God als Enige beschikken over het heil en onheil, omdat Zijn licht sterker is dan de duisternis. Daarom is de duisternis er nooit in geslaagd om de eeuwige vlam van het Woord te doven.

Johannes legt het op een mooie manier uit, hij zegt aan het begin van zijn boek:‘In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen’ (Joh. 1:4-5). Johannes was er van overtuigd dat de mensen het zouden begrijpen. Immers David getuigde ook van dit licht: De HEERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen? De HEERE is mijn levenskracht, voor wie zou ik angst hebben? (Ps. 27:1) David verklaart dat de Heer zijn licht, zijn redding en zijn vesting is.

En nu in het Nieuwe Testament wordt het Goddelijk licht zichtbaar door de geboorte van Jezus Christus. In de geboortenacht werden de herders in het veld omringd door een enorme lichtbundel vanuit de hemel (de stralende glorie van de Heere) toen de engel hun het goede nieuws van Jezus’ geboorte kwam brengen (Luc. 2:8-12). Simeon zag het heil in de kleine Jezus: het licht van God voor Israël en voor de volken (Luc. 2:29-32). Bij de verheerlijking op de berg ontdekten de drie meegenomen leerlingen hoe Jezus’ gedaante voor hun ogen veranderde: Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleding werd wit als het licht (Mat. 17:2).

Als Jezus Zich voorstelt als: Ik ben het licht voor de wereld, dan wijst het meer dan vanzelfsprekend naar het verleden, naar het heden en naar de toekomst. Alles komt samen in Gods Zoon. Wat de Bijbel duisternis noemt is niets anders dan de afwezigheid van het Goddelijke licht, zoals het duister was voordat de aarde werd geschapen. Maar de duisternis heeft het licht niet in haar macht gekregen.
De mens mag heel eenvoudig kiezen:  wel of niet wandelen in het licht met Jezus…