Lezen Johannes 1: 1 t/m 13: Samen zijn wij kinderen van God
12 Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.
Laten wij elkaar van harte feliciteren. Omdat we dankbaar zijn, blij en verwonderd. We zijn jarig! Donderdag 15 mei bestaat onze gemeente 180 jaar. Het is bijzondere genade hoe God dwars door generaties heen onze gemeente vasthoud. En deze genade voelen we van binnen, het geeft verbondenheid. God heeft ons als broeders en zusters aan elkaar gegeven.
Het is een wonder hoe God inzicht en wijsheid kan geven aan één mens. We noemen terecht uit respect de naam van Johannes Elias Feisser. Ds. Feisser besefte dat als alle broeders en zusters van harte levendige kinderen zijn van God, het geloof heel intens zal worden beleefd, zoals God het heeft bedoeld toen Hij de mens schiep. Het gaat om relatie met de Heer. Maar vele mensen in Gasselternijveen hebben niet begrijpend zich afgevraagd. ‘Wat wil die dominee Feisser nu nog meer?’ De kerk zat iedere zondag vol, er werd veel geld geïnd bij het verhuren van de kerkbanken. De inkomsten van de diakonie waren tweemaal zo hoog als vroeger. Bovendien, hoeveel jongeren kwamen er wel niet op cathechisatie? Werden de baby’s niet op tijd gedoopt en deden de jong volwassenen niet op tijd belijdenis? De mensen schudden hun hoofd, zij begrepen het niet omdat ze niet nadachten met hun hart.
Ds. Feisser gaf als antwoord dat het geloof een sleur was geworden, dat is niet goed. Wat ds. Feisser wenste was, dat de gemeente de weg van Gods heil kende. Dan gebeurt er iets in het hart. Dan worden alle broeders en zusters kinderen van God. Het gaat om relatie. We kennen de geschiedenis hoe ds. Feisser om genoemde reden weigerde een kinderdoop te bedienen. In december 1843 schreef ds. Feisser een indrukwekkend gedicht nadat hij ontheven was uit zijn ambt. Hij beleed zijn geloof:
Hij roept en ik ga; ik weet niet waarheen.
‘k Volg Abraham na; ‘k geloof slechts alleen.
Ik heb tot geleide een engel van Wien
ook Abraham zeide: de Heer zal voorzien.
Een vogel heeft niets, toch kent hij geen nood;
En ik heb nog iets: Zijn woord voor mijn brood,
Zijn woord, voor mijn beker, dat God mij komt biên,
want dit weet ik zeker: de Heer zal voorzien.
De Heer zal voorzien! Wat een geloofsvertrouwen, wat een actuele boodschap! De Heer zal hoe dan ook voorzien, want waar Christus gepredikt, beleden, aanbeden en gehoorzaamd wordt, dáár werkt Hij. Omdat Christus groter is dan de gemeente zelf. De Heere zal voorzien, want waar Christus is, daar is Zijn gemeente, al 180 jaar lang. Uiteindelijk gaat het om de liefde: Het gaat om de liefde van Christus voor Zijn gemeente, en de liefde van de gemeente voor Christus.
En dán mogen wij elkaar van harte feliciteren. Feliciteren betekent iemand zeggen dat je het fijn vindt dat hij of zij iets goeds beleeft. We wensen elkaar alle goeds in Jezus’ Naam. Wie jarig is wensen wij op deze brief ook altijd Gods Zegen voor het nieuwe levensjaar. En hóe heeft God ons niet gezegend! Onder Zijn Zegen mogen wij gemeente zijn. We horen bij elkaar! Heeft het verleden ons dit niet geleerd? Ervaren wij dit niet in het heden? Zal het dan in de toekomst anders zijn? Kom, laten we zingen:
Heer wat een voorrecht om in liefde te gaan,
schouder aan schouder in Zijn wijngaard te staan,
samen te dienen, te zien wie U bent,
want Uw woord maakt Uw wegen bekend.
