Lezen: Johannes 12: 34 t/m 36 – Zoon des Mensen
34 De menigte antwoordde Hem: Wij hebben uit de wet gehoord dat de Christus tot in eeuwigheid blijft. En hoe kunt U dan zeggen dat de Zoon des mensen verhoogd moet worden? Wie is die Zoon des mensen? 35 Jezus dan zei tegen hen: Nog een korte tijd is het licht bij u; wandel zolang u het licht hebt, opdat de duisternis u niet overvalt. En wie in de duisternis wandelt, weet niet waar hij heen gaat. 36 Zolang u het licht hebt, geloof in het licht, opdat u kinderen van het licht mag zijn.
‘Zoon des Mensen’ is onder de christenen geen gebruikelijke naam om Jezus aan te roepen of te benoemen. Toch heeft Hij zelf deze naam vaak gebruikt. Opvallend is dat de naam Zoon des Mensen na Jezus Hemelvaart opeens is verdwenen. Slechts één keer klonk die naam, toen Stefanus voor het sanhedrin stond omdat hij ter verantwoording werd geroepen omdat hij een prediker van het evangelie was geworden. Nooit werd in de prediking de benaming Zoon des Mensen gebruikt. Plotseling klinkt deze naam wanneer de Joodse raad op het punt staat Stefanus te veroordelen en te doden.
Op dat moment gaat de hemel open en Stefanus ziet de heerlijkheid van God en Jezus. Op luide toon zegt hij tegen zijn rechters: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan de rechter[hand] van God. ( Hand. 7:56). Waarom noemt Stefanus op dat moment niet de naam van Jezus? Omdat de leden van het sanhedrin Jezus hebben veroordeeld op een eigen uitspraak van Jezus. Toen ze Hem vroegen of Hij soms de Messias was, heeft Jezus bevestigend geantwoord en daaraan toegevoegd: ‘Vanaf nu zult u de Zoon des Mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God.’ Stefanus getuigt dat de uitspraak van Jezus geen godslastering was maar zichtbare werkelijkheid was geworden.
Ook wij kunnen niet om deze benaming heen, Jezus noemde zichzelf zo vele keren, het is opgeschreven, dus een voor de hand liggende vraag: Wat betekent de naam Zoon des Mensen? Jezus benadrukt dat Hij een mens is, wanneer Hij naar Zichzelf wijst als Zoon des Mensen. Waarom doet Jezus dit? Het is toch wel duidelijk dat Hij een mensenkind is? Om dit te begrijpen moeten we beseffen dat Jezus wel optrad als een mens, maar dat Hij Zich tegelijkertijd eveneens presenteerde als bovenmenselijk. Zijn almachtige wonderen, alwetendheid en Zijn opvallend gezag gaven de mensen de indruk dat Hij iets anders is dan een gewoon mens. Dit leidde tot verbazing, maar ook tot afkeuring. ‘ Hoe komt Hij daaraan? Hij is toch de zoon van de timmerman? De mensen willen Hem zien als een gewoon mens, dit komt heel scherp naar voren in Kafarnaüm. Jezus vergeeft daar een verlamde zijn zonden. De schriftgeleerden denken bij zichzelf: ‘Hoe durft Hij, Hij slaat godlasterlijke taal uit, alleen God kan zonden vergeven’. Maar op deze heimelijke gedachten reageert Jezus met de woorden: ‘Ik zal u laten zien dat de Zoon des Mensen volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven’. Jezus echoot hun gedachten, Hij bevestigt dat hier inderdaad een mensenkind staat, maar tegelijkertijd laat Jezus merken dat juist dit mensenkind Gods volmachtigde is, Gods gezalfde. God is in hun midden. (Marc. 2: 1 -12).
Voor de leerlingen was deze naam een raadsel, uiteindelijk begreep Petrus het. Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?, vroeg Jezus. Zij zeiden: sommigen: Johannes de Doper, en anderen: Elia, en [weer] anderen: Jeremia of een van de profeten. Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God. En als Jezus Zelf zegt dat het Licht nog maar korte tijd bij hen is, dan betekent dat de Zoon des Mensen het Goddelijke Licht is dat naar deze aarde gekomen is. De Zoon des Mensen is het Licht dat schijnt in de duistere wereld, óók in 2026.
