Lezen: Filippenzen 2: 9 t/m 11   –  Heer der heren
9 God heeft Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,
10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde,
11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

De erenaam van Jezus Christus is de naam Heer ( in het Grieks: kurios). Het is een naam die elke naam te boven gaat. Jezus heeft deze naam gekregen van Zijn Vader.  In Filippi waren ze goed bekend met de titel Heer (kurios). Allerlei mensen werden zo genoemd, bijv. eigenaren van slaven of bevelvoerders van soldaten. Ook de keizer in Rome werd heer genoemd. Dat waren ‘heren’ voor wie je moest buigen. En nu schrijft Paulus in zijn brief aan de Filippenzen, dat de naam Jezus Christus alle aardse titels en overheden ver te boven gaan. Zelfs ook die van de keizer. Jezus is de hoogste Heer!
Dit is een wonderlijke boodschap geweest voor de Grieken en de Romeinen. Iemand die door Pilatus, de stadhouder, tot de kruisdood was veroordeeld, zou nu in het Romeinse rijk de hoogste Heer zijn.  Maar het was wel de nieuwe werkelijkheid.  Deze kruisdood was tot verzoening van de zonden van de hele wereld. Daarom maakte God Zijn Zoon tot de hoogste en verlossende Heer. De vraag is alleen of de machthebbers van toen en de machthebbers van nu deze werkelijkheid willen erkennen.

De Naam die elke naam te boven gaat, geeft aan dat er ‘lagere namen’ zijn. Natuurlijk zijn er veel heren, machten en overheden in deze wereld, maar ze zijn altijd ondergeschikt geweest aan de Here God, de Koning der koningen en de Heer der heren (1 Tim. 6:15).
Gen. 1: 26 God zei: ‘Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken; zij moeten heersen over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ 27 God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen.  Het is altijd de bedoeling geweest dat elk menselijk gezag ondergeschikt zou zijn aan God en Zijn Zoon. Maar de mens is in opstand gekomen.
Door de zonde is de hele mensenwereld ontwricht en is de mens in de greep van de zonde en dood   gekomen. Sindsdien wordt het menselijk gezag macht en macht wordt machtsmisbruik. Dit is al begonnen bij Kaïn die Abel doodde en nog steeds wordt gezag en macht overal in de wereld misbruikt.  Maar Jezus is gekomen om de mensheid te genezen. Wanneer alle mensen, alle overheden, alle machthebbers  nu knielen voor Jezus, zullen de namen van mensen geen schrik meer aanjagen, maar elkaar tot zegen zijn.

Nu omvat de erenaam Heer voor Jezus een programma. God heeft Jezus hoog verheven tot aan Zijn rechterhand. Hij is Koning in de hemel, maar ook een Veldheer op aarde. Want de werkelijkheid op aarde doet nog geen eer aan de Naam boven alle naam. Daarom heeft de erenaam Heer een doel voor de toekomst: opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

Hij, Die de Naam boven alle naam heeft gekregen, is nog steeds op veldtocht, en wil alle verleidingen en misplaatste macht van de satan vernietigen. Als mensen maar willen geloven wie Jezus is, wie Hij zegt dat Hij is: de Leidsman en Voleinder van het geloof, maar bovenal Heer der heren.

Volgende week 21 februari: De toekomst van de namen