Lezen: Mattheüs 6: 9 t/m 13:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.

Amen.

Het allerlaatste woord van het gebed des Heeren is Amen. Het woordje amen is geen vreemd woord voor ons kerkgangers, maar wel een vreemd woord in onze taal. Het is een zogenaamd leenwoord omdat wij het uit een andere taal hebben overgenomen. Dit woord kunnen we vergelijken met bijv. woorden zoals  ‘Halleluja’ en ‘Hosanna’  die ook uit het Hebreeuws zijn overgenomen, de taal waarin het oude testament is geschreven, de taal van de oude joden. Leenwoorden hebben een sterke waarde en betekenis. Het zijn krachtige woorden. Anders werden ze niet in andere talen opgenomen.

Maar wat betekent nu het woordje ‘amen’?  In het Hebreeuws is amen een bijvoeglijk naamwoord dat betrouwbaar betekent. In het Oude Testament betekent amen: zeker; zo zal het gebeuren. Amen wil dus zeggen: het staat vast, het is zeker, het geldt, het is waar. Ja zeker, zouden we in het Nederlands zeggen, wis en waarachtig. Daarom betekent iets beamen ook iets bevestigen, iets voor waarheid verklaren. Het is daarmee een krachtig woord om te bevestigen wat er is gezegd.
Persoon A  zegt iets, en dan zegt persoon B: Amen. Zeker. Het is een bevestiging, een bekrachtiging.

In het Nieuwe Testament, in de Griekse taal is het woordje amen’overgenomen. Paulus looft God in zijn brieven aan zijn leerlingen. Aan Timotheüs schrijft hij bijvoorbeeld: ‘De Koning der eeuwen, de onvergankelijke, onzienlijke, enige God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen.’

In zijn brieven aan de gemeentes doet hij hetzelfde, bijv. in de Romeinenbrief: ‘Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen’.
En in zijn brief aan de Efeziërs: ‘Aan God zij de heerlijkheid in de gemeente en in Jezus Christus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.’  In de gemeente. Want zijn brieven worden in de samenkomsten van deze gemeentes voorgelezen. Het is de bedoeling, dat de gemeente de lofprijzing beantwoordt en onderstreept met amen. Dat de gemeente bevestigd wat Paulus schrijft.

Vanaf het prille begin van het christendom vervult het woordje amen een belangrijke rol. Ook in ons leven. Als wij het woord amen uitspreken dan is dat  een getuigenis van ons geloof, wij spreken onze verwachting uit. We zeggen amen op het Woord van God, op Zijn liefde en genade.

We zeggen amen op Zijn rijke beloften over een heerlijke toekomst. We zeggen amen omdat we niet bang hoeven te zijn, want God is nabij op alle momenten in ons leven.  We zeggen amen omdat we  schuldig zijn, maar we vertrouwen in geloof omdat Jezus onze Verlosser is.
Een voorganger in de kerk zegt ook amen als de preek is afgelopen of aan het einde van het gebed.
Op dat moment dat hij/zij amen zegt mogen wij in ons hart eveneens beantwoorden: Amen.
We nemen het over. We nemen het op ons. We bevestigen, we beamen het evangelie in ons  dagelijkse leven, ja iedere dag.  Amen!