Lezen: 1 Samuel 3
8 Toen riep de HEERE Samuel opnieuw, voor de derde keer, en hij stond op, ging naar Eli en zei: Zie, hier ben ik, want u hebt mij geroepen. Toen begreep Eli dat de HEERE de jongen riep. 9 Daarom zei Eli tegen Samuel: Ga [weer terug en] ga liggen. Wanneer het gebeurt dat Hij je roept, moet je zeggen: Spreek, HEERE, want Uw dienaar luistert. Toen ging Samuel [weer terug] en ging op zijn [slaap]- plaats liggen. 10 Toen kwam de HEERE en bleef daar staan; en Hij riep zoals de andere keren: Samuel, Samuel! En Samuel zei: Spreek, want Uw dienaar luistert.
1 Samuel 3 begint verdrietig: ‘Het woord van de HEERE was schaars in die dagen’. Dit betekent dat de Heere niet zo veel van Zich laat horen. In de Bijbel hangt het zwijgen van God vaak samen met de goddeloosheid die er is. God reageert op wat Hij ziet. Leven los van God, moedwillig Zijn geboden overtreden, vroeg of laat zal God oordelen. In de tabernakel is het met de dienst treurig gesteld. Terwijl de priesters Hofni en Pinehas doen wat goed is in hun eigen ogen, groeit de jonge Samuel op en dient de Heere in en rond de tabernakel.
1 Samuel 3 neemt ons mee naar het heiligdom van Silo, de plaats waar de ark staat, het teken van Gods aanwezigheid. Eli en Samuel liggen op bed, het is nacht, de kaarsen in de zevenarmige kandelaar branden. Daarom is het in het Heilige niet donker. Midden in de nacht klinkt ineens de stem van God. Het is logisch dat Samuel denkt dat Eli hem roept en gaat naar hem toe want Samuel kende de Heere nog niet. Dat is iets wat wij niet verwachten, omdat we weten dat hij aanzien en gunst had bij de Heere. Dat Samuel de Heere niet kende, betekent niet dat hij geen relatie met God had of niets van Hem wist. Het zegt meer dat Samuel nog nooit persoonlijk een openbaring van God had ontvangen. Zodoende begreep Samuel niet dat God tot hem sprak. Het is wel schokkend dat Eli meteen de eerste keer het niet in de gaten had dat God Samuel riep. Als priester gaf hij leiding aan het heiligdom, vertegenwoordigde hij God en was hij geroepen om het volk onderwijs te geven uit de wet.
Pas de derde keer heeft Eli in de gaten dat God het is die Samuel roept. Dán pas legt Eli uit hoe Samuel moet reageren op de stem van God. Als de stem weer klinkt moet Samuel zeggen: ‘Spreek Heere, want Uw dienaar luistert.’ Door het op deze manier te zeggen maakt Eli duidelijk wat de plaats van Samuel is. Eli leert Samuel het woord ‘dienaar’ te gebruiken, daarmee erkent Samuel God als zijn Meerdere. Als Samuel weer terug is op zijn kamer, komt God naar hem toe. ‘Toen kwam de HEERE en bleef daar staan’ . Hoe dat geweest is weten wij niet, het gaat in dit gedeelte vooral om de boodschap die God brengt. In ieder geval is God aanwezig en heel dichtbij. Twee keer klinkt nu de naam van Samuel. Het twee keer noemen van zijn naam maakt de roepstem heel indringend. Samuel kan er niet omheen, het zal een heel bijzonder moment zijn geweest in het jonge leven van Samuel. Eerbiedig zegt Samuel datgene wat Eli hem heeft geleerd. Samuel wijdt zich aan God.
De boodschap die God aan Samuel brengt was al bekend bij Eli. (Zie 1 Sam. 2: 27 t/m 34) Eli en zijn zonen zullen moeten boeten voor hun zonden. Terwijl Eli, als hogepriester de verantwoordelijkheid had voor het huis van God, heeft hij de zonden van Hofni en Pinehas laten gebeuren. En daarom heb Ik het huis van Eli gezworen: De ongerechtigheid van het huis van Eli zal in eeuwigheid niet verzoend worden door slachtoffer of door graanoffer! vs.14. Eli en zijn beide zonen zullen sterven op één dag. (1 Sam 2:34). Samuel zal zijn geschrokken en natuurlijk wil Eli weten wat God heeft gezegd. Eli berust in de wil van God. Ondertussen groeit Samuel verder op en de Heere was met hem. En heel Israël, van Dan tot Berseba toe, erkende dat Samuel aangesteld was tot profeet van de HEERE.
Samuel blijft trouw aan God, is tot voorbeeld én dienstbaar: Spreek Heere, Uw dienstknecht luistert…
