Lezen Johannes 11: 1 t/m 45  serie ‘Ik ben’ dl. 5
25 
Jezus zei tegen Martha: Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, 26 en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?

De vijfde ‘Ik ben’ uitspraak van Jezus. Het is een bijzonder verhaal. Lazarus die opstaat uit de dood.  Geloof maar dat deze gebeurtenis wekenlang het onderwerp van gesprek is geweest. En terecht!
Jezus zegt: Ik ben de opstanding en het leven. We proeven kracht in deze woorden. Maar wat bedoelt Jezus? Jezus zegt hier twee verschillende dingen en Hij legt uit: ‘wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven’. Dat betekent dat zij die in geloofsvertrouwen gestorven zijn, zullen opstaan. Maar dat is nog niet alles: ‘en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid.’ 

De eerste uitspraak gaat over diegenen die al gestorven zijn, het geeft troost aan hen wie achterblijven.
De tweede uitspraak gaat over hen die nog in leven zijn, het is een oproep aan de levenden om te vertrouwen op Jezus. Samengevat zegt Jezus hier: ‘Ik heb macht over de doden en over de levenden.’

Als Jezus dit zegt, dan belichaamt Hij onze hoop. Een voorbeeld hoe Jezus dit bedoeld: Stel we staan met autopech langs de kant van de weg. We bellen de wegenwacht die zo snel mogelijk komt. Als de monteur is gearriveerd, belichaamt hij onze hoop, we vertrouwen erop dat alles wordt oplost. 
Als Jezus zegt dat Hij macht heeft over de doden dan belichaamt Jezus onze hoop. Bij het graf van Lazarus laat Jezus zien wat dit inhoudt. De troost van dit verhaal is niet dat Lazarus opstaat uit de dood, hij is later alsnog weer gestorven. De troost van dit verhaal is Jezus, Die onze hoop gaat waarmaken.

Dit is wat Maria en Martha hebben ervaren, hun vertrouwen in Jezus is waargemaakt, want zij geloofden: ‘Martha zei tegen Hem: Ja, Heere, ik geloof dat U de Christus bent, de Zoon van God, Die in de wereld komen zou (vs.27). Jezus heeft ook macht over de levenden. Jezus vraagt enkel geloof en roept op om op Hem te vertrouwen. Want onze tijd op aarde is slechts een stipje ten opzichte van de eeuwigheid.  De dood en het leven horen bij elkaar, evenals de opstanding en het leven.
Wat Jezus doet in Johannes 11 is Zichzelf bekend maken. Het verhaal draait niet om Lazarus en zijn opstanding, maar om Jezus. Trouwens Lazarus betekent: God helpt. Het feit dat God helpt, daar draait het om in dit verhaal. Gods helpt door Zijn Zoon Jezus Christus. Voor de ten dode opgeschreven mensen is Jezus de hulp die ze nodig hebben.  Dat het om Jezus draait wordt meteen duidelijk. Jezus krijgt bericht dat zijn vriend Lazarus ziek is. Maar Jezus wacht tot hij is gestorven. Dat verwijten Martha en Maria Hem ook: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn.’ Maar Jezus wil meer doen dan Lazarus genezen, Hij wil Lazarus opwekken, om duidelijk te maken dat Hij macht heeft over doden en levenden. En hoe mooi is het dat wanneer het graf geopend wordt, Jezus Zijn ogen opslaat naar Zijn Vader in de hemel en Hij dankt God. Jezus maakt duidelijk wat Zijn bijzondere band is met de Vader. 

Later, wanneer Jezus zelf is opgestaan uit de dood wordt duidelijk dat Hij meer is dan een mens. Wanneer Lazarus weer tot leven is gekomen blijkt hij nog steeds omvangen door ‘banden van de dood’. Met handen en voeten nog gebonden schuifelt Lazarus als een blindeman naar buiten. Jezus zegt: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’ Als Jezus opstaat verbreekt Hijzelf de banden van de dood. Niemand hoeft Hem los te maken, de doeken die zijn lichaam omgaven blijven leeg achter. De opstanding van Lazarus heeft een menselijk ontknoping, de opstanding van Jezus een Goddelijke…, … dat maakt het overzichtelijk en wat overblijft is de vraag:  Gelooft u dat? (vs.26b)