Lezen Judas 1: Even voorstellen dl. 5: Judas Thaddeüs
1. Van Judas, dienaar van Jezus Christus en broer van Jakobus. Aan allen die geroepen zijn en aan wie de liefde van God, de Vader, en de bescherming van Jezus Christus ten deel vallen.
Judas Thaddeüs is een ander persoon dan Judas Iskariot. In zijn brief stelt deze Judas zich voor: hij is een dienaar van Jezus Christus en broer van Jakobus. Judas wilde zich graag van de boze Judas wilde onderscheiden, daardoor stelde hij bijnamen op prijs. Het is Mattheüs, die Judas de bijnaam Thaddeüs gaf, dit betekent moedig. Judas vond het een eer om de broeder van Jakobus (de zoon van Alfeüs) te worden genoemd. Natuurlijk was hij van moeders kant ook verwant met Christus, maar Judas noemde zichzelf veel liever de dienstknecht van Jezus. Johannes moet hebben begrepen dat Judas het moeilijk vond om dezelfde naam te dragen als de verrader Judas: Joh. 14: ’ 22 Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot) aan Jezus: ‘Waarom zult U zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken, Heer?’ 23 Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand Mij liefheeft zal hij zich houden aan wat Ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.
Uit 1 Korinthiërs 9:5 kunnen we misschien opmaken dat Judas gehuwd was: ‘ Zouden wij niet het recht hebben een gelovige echtgenote op onze reizen mee te nemen, zoals de andere apostelen, de broers van de Heer en Kefas?’
Even voorstellen dl. 5: Simon de Zeloot
In de evangeliën draagt Simon de Zeloot de bijnaam Zeloot wat ijveraar betekent. Hij behoorde tot een politieke groepering onder de Joden, die de Romeinen desnoods met geweld uit het land wilden verdrijven. De Zeloten stonden bekend om hun ijver voor de Mozaïsche gebruiken. Zij beschouwden zichzelf als de opvolgers van Pinehas, de zoon van Eleazar, die uit ijver voor de eer van God, Zimri en Kozbi doodde (Numeri 25). Simon werd ook wel Simon Kananeüs genoemd. Dit heeft niets te maken met Kanaän. Kananeüs betekent ook ijveraar. Na de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag komt zijn naam niet meer voor in het Nieuwe Testament.
Lezen Johannes 12: 4 t/m 6: Even voorstellen dl. 5: Judas Iskariot
4 Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die Hem zou uitleveren, vroeg: 5 ‘Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?’ 6 Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit.
We kennen Judas Iskariot als de man die Jezus verraden heeft. Judas is de enige apostel die uit Juda komt. alle andere apostelen kwamen uit Galilea. De bijnaam Iskariot betekent in het Hebreeuws ‘man uit Keriot’. Keriot was een klein dorpje in Judea (Jozua. 15:25). Het leven van Judas is één grote tragedie. Hij was een dief, die zichzelf verrijkte met het geld dat de Heer hem had toevertrouwd. Hij was een leugenaar en een huichelaar, iemand die zich anders voordeed dan hij was. Hij was een verrader, die zijn Heer met een kus heeft verraden (Matt. 26:48-49). De droefheid en het berouw die ontstonden na zijn vreselijke daad, leidden er niet toe dat hij zijn toevlucht nam tot de Heer Jezus. In plaats daarvan maakte hij een einde aan zijn leven. Judas heeft nooit begrepen dat de leugen in de nabijheid van de Waarheid niet verborgen kan blijven en dat het Licht alle boze werken openbaart. Toen Judas van de maaltijd opstond en naar buiten ging, keerde hij dit Licht de rug toe. Het was letterlijk en figuurlijk nacht in zijn leven geworden.
