Lezen: Handelingen 19 : Het tweede Pinksterverhaal
1 Terwijl Apollos in Korinte verbleef, kwam Paulus na zijn reis door het binnenland in Efeze aan. Hij ontmoette daar enkele leerlingen, 2 aan wie hij vroeg: ‘Hebben jullie de Heilige Geest ontvangen toen jullie tot geloof kwamen?’ Ze antwoordden: ‘Nee, we hebben zelfs niet gehoord van het bestaan van een heilige Geest.’3 Hij vroeg: ‘Hoe zijn jullie dan gedoopt?’ ‘Met de doop van Johannes,’ antwoordden ze. 4 Daarop zei Paulus: ‘Johannes doopte de mensen die tot inkeer kwamen en zei tegen hen dat ze moesten geloven in degene die na hem kwam, in Jezus.’5 Toen ze dat gehoord hadden, lieten ze zich dopen in de naam van de Heer Jezus, 6 en toen Paulus hun de handen had opgelegd daalde de Heilige Geest op hen neer, zodat ze in klanktaal gingen spreken en profeteerden.
Door Pinksteren wordt de Paastijd afgesloten. Met Pinksteren wordt het het nieuwe leven dat Christus heeft gebracht nog meer duidelijk. De Heilige Geest wordt uitgestort over de leerlingen van Jezus, die met zijn allen bij elkaar in een huis zitten. Vervuld door de Geest spreken ze in Jeruzalem, in ieders eigen taal. Dit leidt er uiteindelijk toe dat er 3000 mensen tot geloof komen. Pinksteren wordt daarom ook wel het geboortefeest of de verjaardag van de kerk genoemd.
Handelingen is een heel mooi boek, het gaat t/m hoofdstuk 8 over het wel en wee van de leerlingen van Jezus na de hemelvaart van Jezus. Daarna maken we kennis met Filippus, en met name over Saulus doe Paulus wordt Vanaf hoofdstuk 18:18 t/m 19:40 gaat het over de lotgevallen van Paulus in Efeze. Efeze is een stad van enige kilometers landinwaarts vanaf de westkust van Klein-Azie, bereikbaar voor zeeschepen via een rivier. Buiten deze handel was de Artemisverering met de bijbehorende toeristenstroom belangrijk voor Efeze. Artemis is in de Griekse mythologie de godin van de jacht en de maan en de heerseres over de wilde dieren. Door de verering van Artemis was er een bloeiende bedevaartseconomie in Efeze. Er werden kleine zilveren tempeltjes gemaakt die verkocht werden aan aanhangers van Artemis (zie Handelingen 19:23-40).
Tussen deze heidense praktijken door is er ook een tweede Pinsterverhaal. Paulus ontmoet in Efeze enkele leerlingen en uit de vraag die Paulus aan hen stelt, blijkt dat hij hen op het eerste gezicht als christenen beschouwt. Toch constateert Paulus dat er iets wezenlijks bij hen ontbreekt, hij mist bij deze leerlingen de gaven en werkingen van de Heilige Geest. Paulus schrikt, het was in de vroege gemeente normaal, dat als men tot geloof was gekomen men zo spoedig mogelijk gedoopt werd, maar ook de vervulling van de Heilige Geest ontving. Johannes had toch heel duidelijk er op gewezen dat er Iemand komen zou ‘die meer vermag dan ik’ (Lucas 3:16). Iemand die met de Heilige Geest zou dopen. Daarom is het eigenlijk best vreemd dat die gedoopte leerlingen niet van de Heilige Geest gehoord hebben. De Geest is immers onlosmakelijk met Jezus verbonden. Geloof, doop en Geest horen in het leven van de christen altijd bij elkaar (Hand.2:38).
Het werd Paulus al snel duidelijk dat de werkingen en de gaven van de Heilige Geest voor hen een onbekende ervaring zijn. Paulus begrijpt dat hij hier niet met wedergeboren christenen te maken heeft, maar met gelovigen die nog leven in de overgangsperiode van de oude naar de nieuwe mens. De doop van Johannes was echter voorlopig. Johannes wees vooruit naar wat nog komen ging: de komst van de Messias en de daarmee gepaard gaande uitstorting van de Heilige Geest (Luc.3:16).
Degenen die door Johannes gedoopt waren moesten nu gaan geloven in Jezus Christus. De doop op gezag van de naam van Jezus brengt de gelovige op een bijzondere manier in verbinding met de dood en opstanding van Jezus en de gaven van de Heilige Geest. Deze leerlingen werden geraakt en lieten zich vervolgens dopen in naam van Jezus en de Heilige Geest daalde op hen neer…
