Lezen Mattheüs 10: 1 t/m 4  – Even voorstellen dl. 1: Simon Petrus en Andreas
1 En Hij riep Zijn twaalf discipelen bij Zich…

In de komende weken willen we nader kennismaken met de 12 discipelen van Jezus. Hun namen vinden we in Matteüs, Marcus en Lucas, en in het boek Handelingen. Opvallend is dat Mattheüs  telkens twee namen met het woordje ‘en’ verbindt, zodat zij als het ware zes paren vormen. 

1. Simon Petrus en zijn broer Andreas
2. Jakobus en zijn broer Johannes
3. Filippus en Bartolomeüs
4. Thomas en Matteüs
5. Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs
6. Simon de Zeloot en Judas Iskariot

Dit heeft een bedoeling, want: ‘Twee zijn beter dan één, want [samen] krijgen zij een goede beloning voor hun zwoegen. Want als zij vallen, helpt de één zijn metgezel overeind. Maar wee die ene die valt, terwijl er geen tweede is om hem overeind te helpen.’ (Prediker 4: 9-10)


Even voorstellen: Simon Petrus
Simon Petrus was de zoon van Jonas. Zijn broer heette Andreas. Zij kwamen uit de plaats  Bethsaïda aan het meer van Galilea. Zij waren vissers van beroep. Bij die eerste ontmoeting zei Jezus, nadat Hij hem aankeek: ‘U bent Simon, de zoon van Jonas; u zult Kephas (Petrus) genoemd worden,” — wat ‘rots’ betekent. (Johannes 1:42). Dit zal Simon diep hebben getroffen want hij was menselijk zwak, maar door genade veranderde hij  in een vaste getuige. De naam rots was dus niet een eretitel, maar een teken van verandering en roeping.
Simon Petrus was ook getrouwd, want zijn schoonmoeder werd door Jezus genezen.
Paulus schrijft dat Petrus zijn vrouw meenam op zijn zendingsreizen. ‘Zouden wij niet het recht hebben een gelovige echtgenote op onze reizen mee te nemen?’ (1 Korint.9:5)
Petrus wordt in het rijtje van de apostelen altijd als eerste genoemd. Dat geeft aan dat hij de voornaamste positie innam onder de apostelen, hij is leider en een spreekbuis onder de apostelen.  Maar Simon Petrus is geen opperheer, maar een dienaar en mede-ouderling in Christus’ kerk.  Ook kreeg hij volgens de sleutels van het koninkrijk der hemelen. (Matt.. 16: 18-19)
Uit de evangeliën krijgen we de indruk dat hij een spontaan en hartelijk, maar ook een  impulsief karakter had. Dit is zeker niet verkeerd, maar het heeft ook risico’s en dat heeft Simon Petrus ook gemerkt. Hij is een voorbeeld van menselijke valkuilen maar ook van herstellende genade.

Even voorstellen: Andreas
Andreas was dus broer van Simon Petrus, en ook afkomstig uit Bethsaïda. Rond zijn dertigste heeft Andres zich aangesloten bij de volgelingen van Johannes de Doper. Andreas behoorde tot de eerste discipelen van Jezus  en hij leidde zijn broer Simon tot Jezus (Joh. 1:40-43). Samen met zijn broer Simon wordt hij door Jezus geroepen om zijn netten te verlaten en vissers van mensen te worden.  In de evangeliën wordt Andreas amper genoemd, behalve in Johannes, hij noemt de naam van Andres bij de wonderbare spijziging en wanneer enkele Grieken in contact met de Heer Jezus willen komen (Joh. 12:22). Andreas functioneerde in de schaduw van zijn broer Simon Petrus, maar hij was wel degene die Petrus tot de Heer leidde. Andreas was een stille, gehoorzame trouwe dienaar.  Mannen als Andreas, die anderen in contact brengen met de Heer Jezus, zijn voor Hem heel waardevol.